Alpengierzwaluw Apus melba |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 20-23cm - spanwijdte: 51-58cm |
|
| Biotoop |
Broedt in kolonies in hoge gebouwen en op rotswanden, voornamelijk
in berggebieden. |
|
| Kenmerken |
Vormt een paar voor het leven. Meteen te herkennen aan groot
formaat en voor een gierzwaluw erg trage vliegbewegingen met diepe vleugelslagen
(kan even aanzien worden voor een Boomvalk) en de typische witte
buik. Heeft ook een witte keel, maar deze is verassend genoeg niet altijd
even makkelijk te zien (kan in schaduw vallen of klein zijn). Bovenzijde
en borstband vaal grijsbruin. Geluid is erg makkelijk te herkennen. |
|
| Trek |
Zomergast. Overwintert in Zuid-Afrika. |
|
| Aantallen |
Dwaalgast in Nederland en België (voornamelijk in april-oktober). |
|
|
|
|
 |
 |