| Appelvink Coccothraustes coccothraustes |
|
|
|
| Grootte | lengte: 18cm |
| Biotoop | Gevarieerd loof- en gemengd bos en parkachtige gebieden. Heeft voorkeur voor oud loofbos met talrijke eiken, haagbeuken, beuken, essen en iepen. Aangetrokken tot fruitbomen, vooral kersen. Nestelt meestal hoog in loofboom tegen stam of in vork op vrij onbeschutte plaats. |
| Kenmerken | Compact met grote kop en enorme snavel. Snelle, golvende vlucht; opvallede witte vleugelbaan en brede witte eindband op korte staart. Met krachtige snavel kan hij pitten van steenvruchten open kraken (kan tot 50kg kracht genereren), maar zaden van beuken, esdoorns en iepen vormen samen met knoppen en insecten het hoofdvoedsel. Schuwe vogel, terruggetrokken leefwijze hoog in bomen. Moeilijk te observeren in de zomer, maar durft 's winters al eens op voedertafels te verschijnen om pinda's en zonnebloempitten te eten. Groepen kunnen 's winters ook lange tijd op bosbodem doorbrengen om gevallen zaden te eten. Sociale vogelengte: broedt vaak koloniegewijs; in de winters altijd in groepen. Heeft nauwelijks zang. De Appelvink kent een aantal soorten contact-roepjes. |
| Trek | Gehele jaar aanwezig. Oost-Europese vogels soms invasieachtig voorkomen in oktober-november. |
| Aantallen | De Appelvink doet het goed in de Lage Landen. |
|
|
|
|
|
|