Broedt in kolonies in uitgestrekte rietvelden aan meren
en brak- en zoetwatermoerassen.
Kenmerken
Lijkt zo groot als een mus; is echter wat groter vanwege
de lange staart. Zwakke, onstabiele en onregelmatig golvende vlucht
boven riet met snorrende vleugelslagen. Klimt erg behandig door riet.
Draait vaak met staart of houdt deze, al dan niet gespreid, omhoog;
spreidt staart soms ook in vlucht. Mannetje heeft typische zwarte
'hangsnor'. Eet rietzaden (winter) en insecten (zomer). Bouwt nest
van rietstengels laag in riet. Valt meestal op door vlucht- en lokroep
Trek
Voornamelijk standvogel, maar zwerft in bepaalde jaren
vanaf najaar in groepen rond (in zulke jaren nu en dan boven broedterrein
in dichte, zeer opgewonden troepen loodrecht omhoog vliegend).
Aantallen
De aanzienlijke sterfte in strenge winters en late
vorstperiodes wordt goedgemaakt door de forse reproduktie: eén paartje
kan in een goed jaar 10 tot 20 jongen grootbrengen in 3 of 4 legsels.
Het Baardmannetje wordt bedreigd daar meer dan een kwart van de Noord-West
Europese populatie in Nederland broedt en vanwege de kwetsbaarheid
van het leefgebied.