Broedt aan zeekusten (duinen en vlakke zandstranden), grote
meren en rivieren, zoetwatermeren en bij moddervlakten, bij voorkeur in
open onbegroeide gebieden. Fourageert meestal in ondiep water, maar ook
op schorren en akkers.
Kenmerken
Middelgrote, gansachtige eend met bont verenkleed. Lichaam
plomp, hals en poten lang. Vleugels lang en nogal puntig. Wit met donkergroene
kop. Bloedrode snavel, bij adult mannetje tijdens broedtijd met opvallende
knobbel. Brede kastanjebruine borstband. Vrouwtje gemiddeld iets kleiner
dan mannetje, met kleinere snavelknobbel. Nestelt meestal in grondhol, zelden
in boomhol of onder gebouwen. Het snateren van de Bergeend gaat met een
tempo dat veel hoger ligt dan het snateren van de Wilde Eend. Eigenaardig
geluid.
Trek
Trekvogel in Noord- en Oost-Europa. Overwintert in Middellandse
Zeegebied.
Aantallen
Niet bedreigd: in Nederland soms tot 65000 exemplaren overwinterend.