Bijeneter Merops apiaster |
|
 |
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 25-29cm - spanwijdte: 44-49cm |
|
| Biotoop |
Broedt in open terrein in warme streken, in cultuurlandschappen
of in geaccidenteerd, open terrein met weiden, bosjes, verspreide
bomen of boomgroepen, vaak bij rivieren met steile oevers. Broedt
in zelfgegraven pijpen in zandafgravingen en geërodeerde hellingen,
maar soms ook in vlakke bodem. |
|
| Kenmerken |
Exotisch, rijk gekleurd verenkleed; onmiskenbaar. Zit
vaak op draden en jaagt op insecten in zeer gracieuze en elastische
zweefvlucht, die wordt afgewisseld met series snelle vleugelslagen
met bijna maximale amplitude (270°). Trek in vaak op grote hoogte
overvliegende groepen, die zich door hun roep verraden. Leeft vooraL van grote insecten als hommels, libellen en zweefvliegen. |
|
| Trek |
Zomergast. Trekt in augustus-september weg naar tropisch
Afrika en keert in mei-april terug. |
|
| Aantallen |
Jaarlijks in België en Nederland waargenomen(april-november;
vooral mei-augustus), vaak zelfs in groepen. Komt in Noord-Europa
soms tot broeden (zelden in Nederland en België; tot en met 1999
drie maal). |
|
|
|
|
 |
 |