Boomvalk Falco subbuteo |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
L 28-35cm - SW 70-84cm. Als Torenvalk, doch iets 'gespierder'. |
|
| Biotoop |
Open landschap, heidevelden, verlandingszones van meren,
lichte, droge bossen en waterrijk laagland. |
|
| Kenmerken |
Lijkt zeer veel op Slechtvalk van kleur en tekening,
maar is kleiner, sierlijker en slanker met langere, smallere vleugels. Bovenzijde
donker leigrijs, wangen en keel wit, onderkant wit met opvallende zwartachtige
vlekken, roestbruine 'broek', duidelijke baardstreep. Snavel grijs met donkere
punt, washuid geel, poten geel, iris donkerbruin. Beide geslachten gelijk
gekleurd, vrouwtje iets groter. Jonge vogels met bruingrijze bovendelen,
lichtbruine onderkant, zonder 'broek'.
Vliegbeeld lijkt ook sterk op dat van de Slechtvalk, maar dan kleiner.
In verhouding tot de lichaamsgrootte zijn de vleugels langer, veel smaller
en spitser. Hoog in de lucht kan je hem ook verwarren met een Gierzwaluw!
Zweeft met gespreide staart op de thermiek. Bidt zelden.
|
|
| Jacht |
Pakt prooi, vogels en insecten, bijna uitsluitend in vlucht.
Jaagt op zomeravonden vaak boven moerassen op libellen, vliegt dan langzaam.
Tijdens de jacht lijken de vleugels erg sikkelvormig en de staart kort.
Eet uitsluitend vliegende vogels (zwaluwen, leeuweriken, gierzwaluwen, mussen,
vinken, spreeuwen, merels) en vliegende insekten (libellen en kevers), in
Afrikaans winterkwartier ook uitzwermende termieten.
|
|
| Nest |
Boomvalken bouwen zelf geen nest, maar betrekken oude nesten
van roofvogels, kraaien of duiven in hoog naaldhout. Broedtijd juni. Grootte
van het nest varieert van 2 tot 4 eieren, broedduur 28 dagen, nestperiode
jongen 28 - 32 dagen. Als in juni de meeste kleine vogels vliegvlugge jongen
hebben en het aanbod van vliegende insekten het grootst is, beginnen de
Boomvalken met broeden. Het vrouwtje broedt, het mannetje brengt het voedsel
en houdt de wacht. Sommige paren blijven jaren bij elkaar.
|
|
| Trek |
Eind oktober vertrekken de Boomvalken naar hun winterkwartier
in Oost- en Zuid-Afrika, om van midden april tot begin mei terug te keren
in de broedgebieden. |
|
| Aantallen |
Ongeveer
2000 paren in Nederland. |
|
|
|
|
 |
 |