Bosuil Strix aluco |
|
 |
|
|
|
|
|
Het geluid dat u hoort is van resp. een vrouwtje en van een mannetje.
Het vrouwtje roept een schel WIEK! WIE-IEK! Het mannetje heeft het van speelfilms
bekende spookachtige geluid. Leuk is dat in veel Amerikaanse films het geluid
van deze uil gebruikt wordt, terwijl deze vogel daar niet eens voorkomt!
Dit geluid bestaat uit drie stukjes geluid. Het eerste deel is een lang
gerekt HOE gevolgd door een pauze, dan als tweede een kort ingehouden HOE
en als laatste een langer en trillerig Hoe-oe-oe-oe. Vrouwtjes kunnen dit
geluid nadoen, maar dan klinkt het 'amateuristischer'. |
|
| Grootte |
L 37-39cm - SW 94-104cm. De Bosuil is de grootste uil van de Lage Landen.
Het vrouwtje is iets groter dan het mannetje. |
|
| Biotoop |
Broedvogel van loofbossen, stadsparken, tuinen en boomgaarden
met oude bomen die veel nestgelegenheid bieden. Liefst parkachtige omgeving
met vijvers (trekt veel dieren aan) en gazon (makkelijk jagen). |
|
| Kenmerken |
Middelgrote uil met korte staart, een grote ronde kop zonder pluimpjes.
Grondkleur roestbruin tot grijs met donkere lengtevlekken; vleugels en
staart met zwarte dwarsbandjes, op de vleugels twee rijen druppelvlekken.
Snavel gelig, poten grijs, nagels aan de basis licht, aan de punt zwartgrijs,
iris bruinzwart. Geslachten gelijk gekleurd, vrouwtje iets zwaarder. Jonge
vogels onduidelijk dwars gebandeerd. Geheel zwarte ogen. Soms wordt zijn
aanwezigheid overdag verraden door alarmerende mezen en andere zangvogels.
Valt soms aan als je te dicht bij zijn nest komt!
|
|
| Jacht |
Bosuilen zijn 's nachts en in de schemering actief; als er
jongen zijn gaan ze reeds voor zonsondergang op jacht tot zonsopkomst. Overdag
zitten ze te zonnen voor hun slaap- of broedhol. De Bosuil bemachtigt zijn
prooi vanaf een zitplaats en lokaliseert deze op het gehoor. Hij jaagt echter
ook vliegend of slaat vogels, die uit hun slaapplaats worden opgeschrikt,
in de vlucht. Bosuilen zijn echter ook nestplunderaars, die het vooral voorzien
hebben op holenbroeders. Eet kleine knaagdieren, egels, vogels, kikkers,
larven, etc ... Het geslagen voedsel, waarmee de jongen overdag worden gevoederd,
wordt tijdens de jacht ergens gedeponeerd. |
|
| Nest |
De Bosuil is een echte holenbroeder, zoekt ruime holten in
bomen, gebouwen of rotsen; benut echter ook oude nesten van roofvogels en
kraaiachtigen, zelfs gaten in de grond. Het vrouwtje krabt de nestplaats
schoon en maakt braakballen fijn, die als onderlaag voor het legsel moeten
dienen. Broedtijd februari tot juni. Grootte van het nest varieert van 3
tot 5 eieren, broedduur 28-30 dagen, nestperiode jongen 28-35 dagen. Vrouwtje
begint vanaf het eerste ei met broeden. De jongen zijn na circa drie maanden
zelfstandig. In de herfst verlaten ze het ouderlijk territorium en zoeken
voor zichzelf een territorium in de nabijeid. Bosuilen blijven hun hele
leven bij elkaar en zijn trouw aan het territorium. |
|
| Trek |
Standvogel. De Jongen zwerven hooguit 20km. |
|
| Aantallen |
Niet
bedreigd: ca. 5000paren (Ne) en 2500paren (Be). In West-Europa de
meest voorkomende uilensoort. |
|
|
|
|
 |
 |