In
broedtijd op zoet water bij bosrijke omgeving (broedt in nestkasten
en boomhollen, vaak in holen van Zwarte Specht) in Scandinavië
tot Duitsland. Buiten broedtijd ook op zout water.
Kenmerken
Minder
in dichte groepen en sneller opvliegend dan andere duikeenden. Kop
omschrijfbaar als jonge opschietende paddestoel op hals. Snelle vleugelslag,
waarbij mannetjes een fluitend, mechanisch geluid voortbrengen.
Trek
Overwintert
hier in grote aantallen in oktober-april. Vertrekt bij vorst naar
Waddenzee en Deltagebied.