Drieteenstrandloper
Calidris alba
Drieteenstrandloper (Calidris alba)
Grootte L 20-21cm - SW 36-39cm
Biotoop Broedt op de toendra's van Siberië, Groenland en Canada. Het is de enige strandloper die vaak aan het strand te vinden is. De overige soorten zijn meer te vinden op de wadden, op modderkusten. Broedt op droge, stenige toendra.
Kenmerken De vogel is in de zomer roestbruin met een duidelijk geschubde rug. Ook de borst is roestbruin, maar donker gestreept. Het winterkleed is lichtgrijs. De vogel valt op doordat het voortdurend heen en weer rent. De vogel moet snel weer de volgende golf ontwijken. Pas op het laatste moment zal de drieteenstrandloper opvliegen. Achterteen ontbreekt. De vogel leeft van allerlei diertjes die aanspoelen uit zee.
Trek De Drieteenstrandloper wordt hier voornamelijk waargenomen na het broedseizoen. De eerste zijn in juli al weer terug uit het noorden. Zo tegen november zijn de grootste aantallen aanwezig. Eind april vertrekken de drieteenstrandlopers weer naar het noorden. Ze broeden in het meest noordelijke deel van Siberië. Ook op Groenland, in Noord-Canada en Alaska broeden deze strandlopertjes. De Siberiëgangers overwinteren niet alleen in Nederland. Tot aan Zuid-afrika toe komen deze vogels voor als overwinteraars. De Amerikaanse populaties gaan zelfs tot Nieuw-Zeeland.

Om hun voedsel te vinden hebben drieteenstrandlopers een zandstrand nodig. Niet overal langs de trekroute komen deze stranden voor, soms moet de vogel dan ook weleens 5.000 kilometer non-stop afleggen.
Aantallen ca. 5000 overwinteraars uit Noord-Siberië, Canada en Groenland.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net