Broedt
op de toendra's van Siberië, Groenland en Canada. Het is de enige
strandloper die vaak aan het strand te vinden is. De overige soorten
zijn meer te vinden op de wadden, op modderkusten. Broedt op droge,
stenige toendra.
Kenmerken
De
vogel is in de zomer roestbruin met een duidelijk geschubde rug. Ook
de borst is roestbruin, maar donker gestreept. Het winterkleed is
lichtgrijs. De vogel valt op doordat het voortdurend heen en weer
rent. De vogel moet snel weer de volgende golf ontwijken. Pas op het
laatste moment zal de drieteenstrandloper opvliegen. Achterteen ontbreekt.
De vogel leeft van allerlei diertjes die aanspoelen uit zee.
Trek
De
Drieteenstrandloper wordt hier voornamelijk waargenomen na het broedseizoen.
De eerste zijn in juli al weer terug uit het noorden. Zo tegen november
zijn de grootste aantallen aanwezig. Eind april vertrekken de drieteenstrandlopers
weer naar het noorden. Ze broeden in het meest noordelijke deel van
Siberië. Ook op Groenland, in Noord-Canada en Alaska broeden deze
strandlopertjes. De Siberiëgangers overwinteren niet alleen in Nederland.
Tot aan Zuid-afrika toe komen deze vogels voor als overwinteraars.
De Amerikaanse populaties gaan zelfs tot Nieuw-Zeeland.
Om hun voedsel te vinden hebben drieteenstrandlopers een zandstrand
nodig. Niet overal langs de trekroute komen deze stranden voor, soms
moet de vogel dan ook weleens 5.000 kilometer non-stop afleggen.
Aantallen
ca.
5000 overwinteraars uit Noord-Siberië, Canada en Groenland.