Fuut Podiceps cristatus |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
L 41-51cm - SW 85-90cm. Kleiner en slanker dan een Wilde Eend. |
|
| Biotoop |
Broedt aan open, stilstaand, zoet water, soms in losse kolonies. De laatste
jaren ook in stadsvijvers en grachten. De Fuut overwintert op grote meren
en op zee in groepen van soms enkele honderden of duizenden exemplaren.
|
|
| Voortplanting |
Slechts weinig Europese vogels hebben een uitgebreider en fascinerender
baltsvertoon dan de Fuut. Paren zwemmen borst tegen borst met opgezette
halsveren, strekken zich op het water uit ('pinguindans') en doen aan
'schijnpoetsen'. Soms geven ze in deze gestrekte houding planteresten
door aan elkaar of schudden met de kop. In het voorjaar zijn Futen erg
luidruchtig. Het nest bestaat uit een eenvoudige hoop waterplanten en
ligt verankerd. Wanneer een ouder het nest verlaat , worden de eieren
afgedekt met wat fijn plantaardig materiaal. De langwerpige, witachtige
eieren (meestal een viertal), komen na drie à vier weken uit. De
jongen zijn opvallend gestreept. Ze piepen schril als ze naar de ouders
zwemmen om met insecten of vis te worden gevoederd. Na 10 weken zijn ze
zelfstandig. Na de rui is het winterkleed van een halfwassen Fuut gelijk
aan dat van de oudervogel.
|
|
| Voedsel |
Futen eten waterdieren. Om deze te vangen duiken ze onder
en achtervolgen ze hun prooi. |
|
| Kenmerken |
In vlucht slank, langgerekt silhouet met de voor alle futen
kenmerkende snelle vleugelslag. Het lijkt bijna alsof de kleine vleugeltjes
moeite hebben om het lijf van de vogel in de lucht te houden. De grote,
witte dekveren zijn erg opvallend. In het winterkleed zijn de witte kop
en de lange hals kenmerkend voor deze fuut. Zomerkleed is onmiskenbaar door
de dubbele kuif en de kraag op de kop. |
|
| Trek |
Gehele jaar talrijk. Maar de Lage Landen worden wel gebruikt
als overwinterverblijf van Fuuten uit het noorden, van september tot oktober.
In maart-april, soms al in januari, arriveren ze op broedplaatsen in het
binnenland. |
|
| Aantallen |
Vrij algemene broedvogel en wintergast. Toen het een eeuw
geleden mode was de veren van de Fuut voor dameshoeden te gebruiken, dreigde
de soort in sommige landen uit te sterven. Zijn bescherming heeft echter
weer tot een grote populatie geleid. |
|
|
|
|
 |
 |