Grutto Limosa limosa |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
L 36-44cm - SW 62-70cm. Slanke weidevogel met lange poten en lange,
rechte snavel. Een van de grootste steltlopers. |
|
| Biotoop |
Moerassige,
extensief beweide weilanden, broeden bij voorkeur op vochtige veengraslanden
en weidegebieden. |
|
| Kenmerken |
In
de zomer zijn de kop, nek en borst oranjebruin. De flanken en de buik
zijn wit met donkere langwerpige vlekjes. De grutto dankt zijn naam
aan zijn baltsroep, met een beetje fantasie kun je daar grutto uit
halen. Ze leven van wormen en ander klein gedierte dat op of in de
bodem leeft. |
|
| Trek |
Eerste exemplaren hier vanaf januari. Trekt weg in augustus-september.
De winter wordt doorgebracht in Westafrikaanse moerassen en rijstvelden.
|
|
| Aantallen |
In
Nederland 100.000 paren. Dat is 90% van Noordwest-Europese populatie).
Toch afname van het aantal broedgevallen. De belangrijkste oorzaken
hiervoor zijn: De ontwatering die tot verdroging van de bodem en een
afname aan bodemleven leidt, de steeds vroegere eerste maaidatum,
die veel pasgeboren jongen het leven kost en de hoge veebezetting,
waardoor veel legsels vertrapt worden. Dit alles leidt ertoe, dat
overleven van grutto's niet mogelijk is zonder aanvullende beschermingsmaatregelen.
D›t is de harde conclusie die uit in de jaren tachtig gedaan onderzoek
getrokken kan worden. Wat houdt dat alles in voor boeren, overheid
en vogelaars? Ten eerste zal het huidige relatienota-beheer gehandhaafd
en waar mogelijk uitgebreid moeten worden. Gebleken is, dat grutto's
niet veel opschieten met een licht beheer. Daarom zal het accent sterker
op de zwaarste beheersovereenkomsten en op reservaatvorming moeten
liggen. Dat houdt vooral in, dat er niet voor 1 juni gemaaid mag worden.
In de omliggende weidegronden hangt het vooral van de samenwerking
tussen boer en weidevogelbeschermer af, of de grutto zich kan handhaven.
Nestbescherming en gerichte maatregelen bij het maaien kan de grutto
hier serieus bij helpen. Van belang is om de weide tussen half apriL en half mei zo veel mogelijk met rust te laten. Als er toch gemaaid
wordt, dan het liefst van binnen naar buiten, en gespreid over zoveeL mogelijk dagen. De kuikens hebben dan een maximale kans om uit de
greep van de messen te blijven. Tot slot: Natuurbouw (lees: moerasontwikkeling)
lijkt de soort weinig perspectief te bieden. In dergelijke moerasgebieden
kunnen hooguit enkele grutto-paartjes tot broeden komen. Grutto-bescherming
is, dat moet eenieder die zich er mee bezig houdt beseffen, in de
eerste plaats bescherming van een symbool van een uniek Nederlands
cultuurlandschap. Tegelijk is het echter bescherming van een vogelsoort,
die het in zijn oorspronkelijke leefomgeving erg slecht gaat, en wiens
voortbestaan zonder zijn talrijke voorkomen in ons land waarschijnlijk
bedreigd zou zijn! (tekst: IVN) |
|
|
|
|
|
|
 |
 |