lengte: 25-29cm (inclusief 4-5cm lange snavel) - spanwijdte: 44-48cm
Biotoop
Broedt in cultuurlandschappen en open weidegebieden
met boomgroepen, heggen en struiken. Vaak in wijn- en boomgaarden.
Nestelt in boomholte, stenen muur of hol in de grond.
Kenmerken
Onmiskenbaar. Kuif slechts af en toe, onmiddellijk
na de landing opgericht; anders zelden. Zit veel op de grond en heeft
om te fourageren (wormen, insecten etc) kale plekken of veldjes met
kort gras nodig. Waakzaam (maar niet schuw). Vlucht fladderend en
nogal wankel, met onregelmatig ritme en licht golvend, vaak laag boven
de grond. Beweegt zich op de grond energiek, met rukkende bewegingen,
als spreeuw.
Trek
Zomergast. Overwintert in Afrika. Bij ons te zien vanaf
april tot september.
Aantallen
Vrij zeldzaam in de Lage Landen. De meeste in april-mei.
Zelden een broedgeval.