Kanoet
Calidris canutus
|
|
|
|
|
| Grootte |
L 23-26 - SW 47-53cm. De Kanoet is een middelgrote strandloper.
|
|
| Biotoop |
Overwintert
op moddervlakten van getijdengebieden, plaatselijk in enorme groepen.
Ook kleine aantallen op zandstranden en soms bij zoetwaterpoelen bij
de kust. Tijdens trek waagt hij zich soms in het binnenland. |
|
| Kenmerken |
Een Kanoet is redelijk gezet. In de zomer is het beestje
van onderen roodbruin. In Europa ziet men dit echter niet: hij zit dan in
Siberiā, Groenland of Canada. 's Winters is de Kanoetstrandloper grijs van
boven en wit van onderen.
De Kanoet wordt ook wel 'kanoet' of 'knoet' genoemd. De soort is vernoemd
naar de Deense koning Knoet, heerser over de landen rond de Noordzee, die
de golven probeerde te keren. Een overeenkomst tussen de koning en de vogel
is de maritieme levenswijze.
De Kanoet heeft zich helemaal gespecialiseerd in het zoeken naar schelpdieren.
Bij elkaar consumeren alle kanoetstrandlopers jaarlijks ongeveer 1,5 miljoen
kilo schelpdiervlees uit de Nederlandse wadbodem. De vogel vindt zijn voedsel
op een bijzondere manier. Door middel van drukverschillen rond voorwerpen
in nat zand kan de kanoet met zijn snavel tot op tien centimeter afstand
een schelpdier voelen. Tot nu toe is de kanoet de enige soort waarvan bekend
is dat hij op deze manier voedsel verzamelt. Andere strandlopers vangen
wormen doordat ze trillingen opvangen met hun snavel in het zand. Kanoeten
kunnen dit niet en dat verklaart gedeeltelijk hun specialisatie in schelpdieren.
Omdat de drukverschillen alleen in nat zand waargenomen kunnen worden, is
het nu ook duidelijk waarom een kanoet nooit foeragerend op drooggevallen
wadplaten wordt gezien. |
|
| Trek |
De
Kanoet broedt in Groenland, Canada en Siberiā. De Groenlandse en Canadese
vogels ruien en overwinteren in West-Europa. |
|
| Aantallen |
Plaatselijk
enorme zwermen. |
|
|
|
|
 |
 |