Klapeksters
zijn vogels van ruige, vaak licht beboste open terreinen. In Nederland
wordt vooral gebroed op heidevelden, hoogvenen en kap- of stormvlaktes
in het bos. Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit woelmuizen en kevers.
Kenmerken
De
Klapekster eet insecten, knaagdieren en kleine vogels. Slaat een reservevoorraad
op door zijn gevangen prooi op doornen of punten van takken te spietsen
in geval van slecht weer.
Trek
Klapeksters
uit noordelijker streken overwinteren in ons land, maar de eigen broedvogels
trekken niet ver weg.
Aantallen
De
oorzaak voor de afname van de klapekster ligt grotendeels in de ontginning
of bebossing van grote oppervlakten 'woeste gronden'. Ook de toenemende
recreatie heeft een negatieve rol gespeeld. Uitwijken naar het steeds
natuur-onvriendelijker boerenland was geen alternatief. Tot voor kort
werd hier overigens wel overwinterd, maar ook daaraan lijkt inmiddels
een eind te zijn gekomen. Kenmerkend voor het broedbiotoop van de
klapekster is de rijke vegetatiestructuur; zowel de kruidlaag, de
struiklaag als een - open - boomlaag dienen goed ontwikkeld te zijn.
Een op geleidelijke overgangen gericht beheer van bossen, heidevelden
en soortgelijke terreinen biedt dan ook de beste kansen aan de soort.
Daarnaast blijken extensieve graslandjes en heggen op de grens van
natuur- en landbouwgronden uitstekende voedselgebieden.