L 55-65cm - spanwijdte: 88-106cm. Tussen Koereiger en Grote
Zilverreiger.
Biotoop
Broedkolonies in dicht geboomte bij ondiepe meren,
rivieren en lagunes.
Kenmerken
Zoekt in ondiep water vaak in kleine groepen naar vis,
amfibieën, insecten en slakken. Te herkennen aan zwarte poten
met sterk contrasterende herdergele tenen. Snavel zwart. In paartijd
twee verlangde fladderende sierveren aan achterhoofd. In vlucht duidelijk
poten uitstekend, maar niet zo uitgesproken als bij Grote Zilverreiger.
Buiten kolonies nogal zwijgzaam.
Trek
Overwintert in Afrika en Midden-Oosten; klein aantaL blijft in Europa.
Aantallen
Recente toename in Nederland (meer dan 100 in zomer,
vooral Delta-gebied) en Zuid-Engeland, met enkele broedgevallen.