Kleine
Zwaan
Cygnus bewickii |
|
|
|
| Grootte |
lengte: 115 - 127 cm
lichaam: 60 cm
spanwijdte: 170 - 195 cm |
|
| Biotoop |
Deze fraaie zwanesoort uit arctisch Siberië is in Nederland
in de wintermaanden geregeld op het IJsselmeer te zien, dat met de Ierse
Zee en Slimbridge, in het Engelse Gloucestershire, tot de belangrijkste
overwinteringsgebieden van de Kleine Zwaan kan worden gerekend. |
|
|
| Voortplanting |
Het op een eilandje gebouwde nest bestaat uit een grote hoop
mos en andere planten, met in het midden een kuiltje voor de 3 à
5 eieren. Soms nestelen diverse paren vlak bij elkaar. |
|
| Voedsel |
Net als de andere zwanen voedt de Kleine Zwaan zich met de
begroeiing onder water. |
|
| Gedrag |
De V-vormige vliegformaties kunnen soms uit honderden individuen
bestaan. Met zijn kortere hals ziet de Kleine Zwaan er in de vlucht gansachtiger
uit dan de Wilde Zwaan. Wanneer ze overvliegen is een hoog gesnater en gebabbel
- minder trompetachtig dan van de Wilde Zwaan - te horen. |
|
| Kenmerken |
De Kleine Zwaan is aanzienlijk kleiner dan Wilde Zwaan en Knobbelzwaan.
Zijn hals is korter en kop is ronder dan die van de Wilde Zwaan, waardoor
hij een wat 'gansachtig' uiterlijk meekrijgt. De bek iets minder geel
dan bij de Wilde Zwaan. Van dichtbij gezien valt nog een verschil op:
de gele vlek op de snavel van de Kleine Zwaan is gewoonlijk kleiner en
ronder dan die van de Wilde Zwaan. Bij elk exemplaar van de Kleine Zwaan
is het geel-met-zwarte kleurpatroon van de snavel anders, zodat ze hieraan
individueel te herkennen zijn. Ornithologen zijn dus in staat zich jaar
najaar een beeld te vormen van het leven van een bepaald individu. De
jonge vogels zijn grijsbruin. De geslachten zijn gelijk.
|
|
| Trek |
Trekt in dezelfde periode als de Wilde Zwaan via de Oostzee
naar West-Europa. |
|
| Aantallen |
In Nederland overwinterend tussen oktober-april (3000 tot
9000 exemplaren). Meestal zie je ze ieder jaar op dezelfde graslanden. |
|
|
|
|
 |
 |