Knobbelzwaan Cygnus olor |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 45 - 160 cm
spanwijdte: 208 - 238 cm |
|
| Biotoop |
Knobbelzwanen houden van stilstaand of langzaam stromend
water met veel waterplanten: moerassen, plassen en open water nabij weilanden.
|
|
| Voortplanting |
Het grote nest wordt van allerlei materiaal, zoals takken,
riet en stro, op de grond gebouwd en kan een doorsnede van 4 m en een hoogte
van 75 cm bereiken. De 4 à 7 eieren worden gedurende 34 à
38 dagen, in hoofdzaak door het wijfje, bebroed. De kuikens zijn lichtgrijs
van boven en witter onderaan. Soms draagt het wijfje ze op de rug mee. Ze
kunnen na 20 weken vliegen. De jonge vogels zijn vaalbruin en vertonen al
snel witte plekken in hun verenkleed. De grijze snavel met zwarte basis
en punt wordt bij het ouder worden eerst roze, vervolgens oranje. |
|
| Voedsel |
Knobbelzwanen eten voornamelijk waterplanten die ze met hun
lange nek uit het water vissen. |
|
| Gedrag |
De aard van deze vogel is in strijd met zijn vreedzaam, sierlijk
uiterlijk: hij is bijzonder agressief en tiranniek. Tijdens het broedseizoen
vormt het mannetje in het water een groot territorium, waaruit hij elk dier
verjaagt. Zijn dreiggedrag bestaat uit het sterk buigen van de hals en het
over de rug bollen van de vleugels terwijl hij komt aangezwommen naar de
indringer of rivaal. Het is een vrij zwijgzaam dier, dat bij agressie sist
en soms een zwakke trompetroep laat horen. |
|
| Kenmerken |
De soort dankt zijn naam aan de zwarte knobbel op de oranje-rode snavel,
die bij het vrouwtje gemiddeld kleiner is en bij het mannetje tijdens
het broedseizoen extra opzwelt. In het water is de Knobbelzwaan verder
nog te onderscheiden aan de sierlijk gebogen hals en de naar beneden gerichte
snavel. Poten grijs tot zwart. In de krachtige vlucht strekt de knobbelzwaan
de hals en maken zijn vleugels een karakteristiek, zingend geluid.
|
|
| Trek |
De Knobbelzwaan is bij ons het gehele jaar te zien. In de
zomer vind je ze soms in grote groepen. |
|
| Aantallen |
Bij ons bestaan er enkele duizenden broedparen. De wilde
knobbelzwaan is zeldzaam: de bij ons voorkomende exemplaren zijn vrijwel
allemaal afstammelingen van verwilderde tamme knobbelzwanen. Vroeger werd
hij namelijk veel vanwege het vlees en het beroemde zwanendons gehouden.
|
|
|
|
|
 |
 |