Kuifeend Aythya fuligula |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 40 - 47 cm
spanwijdte: 67 - 73 cm |
|
| Biotoop |
De kuifeend houdt van allerlei wateren met rijke oevervegetatie.
Je ziet ze vaak op grote meren en diepe sloten. De kuifeend nestelt grosso
modo in dezelfde soort gebieden als de Tafeleend, maar daarnaast ook op
drogere terreinen, mits de afstand tot water niet al te groot is. Vooral
de Hollandse polders en duinen zijn geliefde broedgebieden. |
|
| Voortplanting |
Na de paring neemt de woerd een karakteristieke houding aan,
met de snavel omlaag. De 6 à 10 eieren (tot 18 als twee wijfjes hun
eieren in één nest leggen) worden in 23 à 26 dagen
uitgebroed. Jonge kuifeenden zoeken direct het water op en kunnen binnen
enkele uren duiken. Na 6 weken zijn ze vliegvlug. |
|
| Voedsel |
Kuifeenden eten meer dierlijk voedsel en duikt dieper dan
Tafeleend. |
|
| Gedrag |
De woerd maakt een zacht fluitend, de eend een grommend geluid.
|
|
| Kenmerken |
Zelfs van grote afstand is de woerd herkenbaar aan zijn sneeuwwitte
flanken en witte vleugelstreep. Van dichtbij vertoont de kop een paarse
glans en een afhangende kuif. In de vlucht hebben beide geslachten langere
en puntiger vleugels dan de Tafeleend. Het wijfje lijkt op dat van de Toppereend,
maar heeft minder wit aan de snavelbasis. Door ver naar achteren geplaatste
poten op het land onbeholpen. Kuifeenden hybridiseren vaak met Tafeleenden. |
|
| Trek |
De kuifeend is een tamelijk talrijke broedvogel van onze
streken, maar in de winter zijn ze massaal aanwezig. |
|
| Aantallen |
De kuifeend is de afgelopen 30 jaar enorm in aantal toegenomen.
Broedden er in Nederland in 1950 nog maar enkele tientallen paren, op het
ogenblik kan het aantal op 7500 à 11000 worden geschat. Zelfs in
allerlei vijvers in parken is het een algemeen voorkomend dier, dat met
de Wilde Eend om het brood van de wandelaars wedijvert. De oorzaak hiervan
is mogelijk het grote aanpassingsvermogen van de kuifeend aan de veranderde
milieuomstandigheden, met name in verkavelde gebieden. Als andere oorzaak
wordt de snelle verspreiding van de driehoeksmossel genoemd. Een feit is
echter, dat de kuifeend ook als broedvogel toeneemt in gebieden waar dit
mosseltje, dat overigens in de winter een belangrijk onderdeel van zijn
voedsel vormt, in het geheel niet voorkomt. |
|
|
|
|
 |
 |