Kuifleeuwerik Galerida cristata |
|
|
|
| Grootte |
L 17cm |
|
| Biotoop |
Deze
van oorsprong in steppen en halfwoestijnen levende grondvogel komt
in Noordwest-Europa voor op zandige, droge gronden zoals opgespoten
terreinen, industrieterreinen, nieuwbouwwijken, ... en in vergelijkbaar
biotoop in stedelijk gebied. Het nest bevindt zich op kale tot schaars
begroeide gronden of op grinddaken. |
|
| Kenmerken |
Typische
kuif. Zaden en groene plantedelen vormen de belangrijkste voedselbron,
maar in de broedtijd worden ook insekten gegeten. Heeft verschillende
varianten van lokroepen en nabootsingen in repertoire. Zingt vanop
opvallende zangpost of in zangvlucht op grote hoogte. Soms zeer tam
op trottoirs fouragerend. |
|
| Trek |
StandvogeL met zwerfneigingen. |
|
| Aantallen |
Sterke
afname en de zeer beperkte verspreiding van de broedpopulatie. De
oorzaken van de in heel Noordwest-Europa optredende afname van de
kuifleeuwerik zijn niet erg duidelijk. Opvallend is wel, dat de broedparen
in agrarisch gebied als eerste verdwenen. Mogelijk heeft dit te maken
met het verdwijnen van overhoekjes en andere rommelige plekjes, waar
de soort veel voedsel kon vinden. De afname in stedelijk gebied heeft
deels van doen met veranderingen in de wijze van bouwen, waardoor
bouwterreinen slechts kort braak blijven liggen. Beschermingsmaatregelen
voor de kuifleeuwerik lijken, gezien zijn voorkeur voor stedelijk
gebied, niet uitvoerbaar. Wel kan op plaatsen waar de soort nu nog
voorkomt, de aanwezigheid van open, 'rommelige' terreintjes bevorderd
worden. |
|
|
|
|
 |
 |