L 27-30cm SW 46-53cm. De Kwartelkoning is een kop kleiner dan het Waterhoentje.
Biotoop
De
kwartelkoning is een broedvogel van open graslanden en grazige akkergewassen
met klaver, luzerne en karwij.
Kenmerken
Behoort
tot de rallen! De Kwartelkoning roept zijn eigen naam. De latijnse
naam, dat wel. Een geluid dat in de balstijd de hele nacht gehoord
kan worden. Het is niet zo vreselijk luid, maar binnen een afstand
van 15 ¦ 25 meter kan het heel goed gehoord worden. Tijdens het broedseizoen
worden insekten en ander klein gedierte gegeten, de rest van het jaar
vormen zaden de hoofdmoot van het menu. Bodemvogel die in dichte vegetatie
nauwelijks te zien is. Indien opgejaagd schommelend en laag vliegend,
met slappe vleugelslagen en hangende poten.
Trek
Te
zien vanaf mei tot augustus. Kwartelkoningen brengen de winter door
in tropisch Oost-Afrika. Klein aantal winterwaarnemingen.
Aantallen
Op wereldschaaL bedreigd. Hier is de soort sterk in aantal afgenomen en is de verspreiding
inmiddels erg beperkt. Bovendien is hij gebonden aan kwetsbaar broedbiotoop.
De kwartelkoning is in West-Europa vooral een broedvogel van hooilanden.
De grootscheepse veranderingen op het platteland hebben een fnuikende
invloed gehad op de soort, die in een rap tempo als broedvogel aan
het verdwijnen is. Er broedden aan het begin van de eeuw nog tenminste
enkele duizenden paren. Met het verdwijnen en verdrogen van vochtige
graslanden, de teloorgang van de teelt van klaver en luzerne en
de komst van insekticiden verdween zowel het broedbiotoop als de
voedselbron van de soort. Op hooi- en akkerland speelt het uitmaaien
van jongen daarnaast een belangrijke negatieve rol. De beste kansen
voor de kwartelkoning lijken te liggen in het rivierengebied. Een
extensief gebruik van de graslanden in de uiterwaarden is daarbij
wel een voorwaarde. De weinige kwartelkoningen die nog broeden in
het agrarische gebied hebben tegenwoordig vooral te lijden van vroegtijdig
maaien van door hen geprefereerde gewassen als luzerne. Boeren en
vogelaars kunnen samen proberen om dit uitmaaien zoveel mogelijk
te voorkomen. Mogelijkheden zijn: Gefaseerd maaien en van binnen
naar buiten maaien. Op het akkerland biedt de teelt van tweejarige
gewassen (b.v. karwij) de soort de beste kansen.