Oeverzwaluw Riparia riparia |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
L 12cm. Kleiner dan Boerenzwaluw. |
|
| Biotoop |
Steile
zandige of lemige oevers, doorgaans langs meren of rivieren. Oeverzwaluwen
zijn weinig kieskeurige vogels van open terreinen. Het broedgebied
moet aan twee belangrijke voorwaarden voldoen: Er moet een kale, zandige
of lemige steilwand zijn, waarin de nestholen uitgegraven kunnen worden,
en er moeten flink wat muggen of andere insekten rondvliegen. |
|
| Kenmerken |
Zoekt
vaak boven rivieren, poelen en ondiepe meren naar vliegende insecten
en spinnen. |
|
| Trek |
Zoals
de meeste insekteneters brengen oeverzwaluwen de winter door in Afrika.
De Nederlandse broedvogels trekken vooral naar de Sahel-zone. Vanaf
(maart)-april-mei tot augustus-september. Zeer zelden overwinterend.
|
|
| Aantallen |
De
oeverzwaluw staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname en
de geringe verspreiding. Onze oeverzwaluwen broedden van origine vooraL in rivier- en beekoevers en stuivend duin. Met de vastlegging van
deze van nature zeer dynamische gebieden verdwenen de voor de soort
geschikte oeverwallen, waardoor het broedbestand flink afnam. Een
deel van de vogels vestigde zich vervolgens in door mensenhand geschapen
'oeverwallen' als dijken, dijkcoupures, zandwinputten en opgespoten
terreinen. Deze broedplaatsen brengen voor de vogels nogal wat risico's
met zich mee, die door vogelwerkgroepen deels opgevangen kunnen worden.
Van groot belang is dat de grondgebruiker wordt gewezen op de aanwezigheid
van de zwaluwen, en dat wordt voorkomen dat de broedplaats tijdens
het broedseizoen wordt aangetast. Voorts is het van belang dat geschikte
zandlichamen voor het broedseizoen steil worden afgestoken; in zo'n
'verse' steilwand broeden de zwaluwen namelijk het liefst. Verder
is voorkoming van verstoring door recreanten erg belangrijk. Waar
mogelijk verdient het aanbeveling om broedkolonies buiten natuurgebieden
een speciale bescherming te verlenen. Op plaatsen, waar geschikte
broedgelegenheid ten enen male ontbreekt, kan een kunstmatige oeverzwaluw-waL worden aangelegd. De meeste kans op succes heeft zo'n wal als die
nabij een bestaande broedplaats wordt aangelegd. Momenteel zijn er
al zo'n dertig van deze kunstwanden in ons land; sommige al flink
bevolkt, andere schijnbaar nog niet door de zwaluwen ontdekt. Als
de kunstwand eenmaal in gebruik is genomen, dienen de nestpijpen 's
winters goed gereinigd te worden in verband met het voorkomen van
nestparasieten. Tot slot: Op termijn heeft de oeverzwaluw het meest
baat bij een herstel van natuurlijkheid van beken en rivieren. De
zandige steilhellingen, die daarmee terug kunnen keren, vormen immers
ht broedbiotoop van de oever-zwaluw! |
|
|
|
|
 |
 |