Reuzenstern Sterna caspia
|
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 48-55cm - spanwijdte: 96-111cm |
|
| Biotoop |
Broedt in kolonies of solitair, meestal op afgelegen,
lage, voor de kust gelegen eilanden. |
|
| Kenmerken |
Voedsel bestaat voornamelijk uit vis, die in broedtijd
soms ver van kolonie (30-60km of meer) gevangen wordt, vaak in zoet
water. Nest is een kuiltje in zandige of stenige grond. Grootste stern,
met grotere spanwijdte dan Stormmeeuw. Langzame vleugelslagen en minder
soepele, meer meeuwachtige vlucht dan andere sterns. In alle kleden
zeer grote rode snavel en veel zwart op onderzijde van de handpennen. |
|
| Trek |
Zomergast (april-oktober); overwintert in West-Afrika
(af en toe in Middellandse Zeegebied). Trekt gedeeltelijk over land,
volgt rivieren door Europese vasteland en steekt West-Sahara over
in maart en november. |
|
| Aantallen |
In Nederland schaars (voornamelijk juli-september). |
|
|
|
|
 |
 |