L 66-68cm - SW 147-175cm. Wisselend, iets kleiner dan Grauwe Gans.
Biotoop
In de noordelijke gebieden valt deze gans op doordat hij als
enige soms in dichte berkenbossen nestelt. Verder nestelen ze op opener
terrein, waaronder de arctische toendra. Als wintergast bij ons bezoeken
ze in kleine groepen velden, rivierbeddingen en soms kustmoerassen.
Kenmerken
Roept
minder vaak dan andere ganzen. Wanneer van achteren gezien, in groep
kolganzen snel te vinden door opvallende lichte tertialranden. Er
zijn twee ondersoorten, die ook wel als aparte soorten worden beschouwd.
Namelijk de taigarietgans en de toendrarietgans. Toendrarietgans broedt
verder noordelijk dan taigarietgans.
Trek
Toendrarietgans
overwintert op graslanden bij de kust en is in Nederland te zien van
november tot februari. Taigarietgans overwintert meestal op stoppelvelden
in het binnenland. Deze zijn te zien vanaf oktober tot maart.
Aantallen
Het
aantal taigarietganzen die overwinteren beginnen af te nemen.