| Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus |
|
|
|
| Grootte | L 13cm. Kleiner dan Huismus. |
| Biotoop | Leeft bij rivieren en meren. Monotone rietmoerassen, maar ook vaak bij structuurrijke verruigde rietstroken. Bouwt zijn nest meestal in landriet, meestaL op minder dan 50cm boven de grond. Het ideale biotoop bestaat uit een combinatie van een flink oppervlak aan jong en overjarig riet en een dichte, deels hoog opschietende kruidlaag. |
| Kenmerken | Het voedsel bestaat uit insekten, die laag in de dichte vegetatie verzameld worden. Zingt vanaf tak of riethalm, onderneemt midden in de zang vaak korte, fladderende zangvlucht. Zeer gevarieerd geluid. |
| Trek | Rietzangers zijn trekvogels en overwinteren vooral in de Sahelzone bezuiden de Sahara. Vanaf april tot augustus-september te zien. |
| Aantallen | Duidelijke afname van zowel het aantal broedparen als het broedareaal. De teloorgang van de rietzanger is ten dele een internationaal probleem. Een combinatie van jarenlange droogte in de Sahel en het gebruik aldaar van - in Europa inmiddels verboden - bestrijdingsmiddelen leidde tot sterfte in het winterhalfjaar. Vooral de link met de regenval in West-Afrika is na recent onderzoek zonneklaar: Na jaren met veel regenval broeden er meer rietzangers. Toch is ook bij ons het een en ander aan de hand. Opvallend is bijvoorbeeld dat de soort het eerst verdween uit kleine rietstroken. Verder blijkt jaarlijks gemaaid rietland veel minder broedparen te herbergen dan overjarig rietland. Het behoud van de rietzanger hangt dus ook af van de wijze waarop we met onze moerassen en rietlanden omgaan. Exploitatie dient met mate plaats te vinden, terwijl elk jaar een flink oppervlak aan overjarig rietland aanwezig moet zijn. |
|
|
|
|
|
|