Deze
ganzen broeden op de lage toendra in het arctisch gebied (Het broeden
moet binnen 100 dagen plaatsvinden voor sneeuw en ijs terugkeren).
In de winter eten ze planten langs de kust en in riviermondingen,
maar ze grazen ook op akkers vlak bij de zee.
Kenmerken
Rotganzen vliegen in minder geordende formaties dan andere
Ganzen. Iets kleiner dan Brandgans, met slanker lichaam en iets langere
hals, kleinere kop en smallere vleugels. De in Nederland talrijke Rotgans
(bernicla) uit Siberiā overwintert langs de Noordzeekust van Noord-Duitsland
tot in Zuid-Engeland. De alleen in speciale winters in aantallen van meer
dan 100 naar Nederland komende Witbuikrotgans (hrota) uit Groenland
en Spitsbergen overwintert in Ierland, Noordoost-Engeland en Denemarken.
De Zwarte Rotgans (nigricans), die soms als aparte soort wordt beschouwd,
is in Europa dwaalgast uit Oost-Siberiā en Canada en in laatste jaren worden
iedere winter enkele in Nederland opgemerkt.
Trek
In
Nederland gehele jaar in Delta- en Waddengebied te vinden.
Aantallen
In zeer klein aantal in juli-augustus en tot 36.000
in winter.