Rotsmus Petronia petronia |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
lengte: 15-17cm |
|
| Biotoop |
Broedt in gebieden met kaal terrein: rotswanden, ravijnen,
wadi's, steengroeven, rotsige woestijnen, open terrein met muren,
ruïnes en zelfs in gebruik zijnde gebouwen; plaatselijk ook op
alpenweiden met rotsblokken en in cultuurlandschap. |
|
| Kenmerken |
Sociaal, buiten broedtijd vaak in grote zwermen. Nestelt
in hol of nis in rotsen of muren. Nogal groot en stevig gebouwd, met
brede kop en krachtige snavel (roze ondersnavel). Verenkleed zwaar
gestreept, met markant vleugelpatroon, brede lichte wenkbrauwstreep,
donkere zijkruin en donkere oogstreep. Kleine gele keelvlek bij adult
(onzichtbaar in ineengedoken houding). Geslachten gelijk. |
|
| Trek |
Standvogel. Dwaalgast in Noord-West Europa. |
|
| Aantallen |
Zeldzame dwaalgast in de Lage Landen. |
|
|
|
|
 |
 |