Scholekster
Haematopus ostralegus
Scholekster (Haematopus Ostralegus)
Grootte L 40-45cm - SW 80-86cm
Biotoop De scholekster broedt van de Noordkaap tot in het Middellandse Zee-gebied. Scholeksters broeden in de duinen, in weilanden, op akkers en zelfs op daken. Ze kunnen op daken broeden omdat de jongen door de oude vogels worden gevoerd. De vogel broedt het liefst op nagenoeg kale of met kort gras begroeide open vlakten. Kwelders en schorren zijn dus ideale plekken om een nest te maken. Wat betreft de temperatuur die heerst in het gebied is de 'bonte piet' niet erg kieskeurig. Zolang ijs ontbreekt, is het de vogel allemaal best. De Scholekster is van oorsprong een kustvogel. De laatste twintig jaar heeft deze vogeL zich aangepast aan het leven op de landbouwgronden in het binnenland.
Kenmerken Zeer luidruchtig, ook 's nachts. Alarmeert hardnekkig en achtervolgt kraaien, meeuwen en andere vogels bij nest. Toont merkwaardig gedrag meestaL aan randen van territoria door in kleine groepjes (4 à 8) met naar beneden gerichte koppen opgewonden heen- en weerlopend lange trillers te laten horen. Scholeksters eten allerlei soorten schelpdieren en wormen. De vogel kan met zijn sterke snavel de grootste mossels en kokkels open krijgen. De snavel van een scholekster is zeven tot acht centimeter lang. In principe kan de vogel dan ook zijn voedseL tot die diepte oppikken. Het zou echter te veel tijd en energie kosten om de prooien van die diepte te halen en het liefst pakt de scholekster dan ook grote prooien die minder diep liggen. Ook voor het openen van schelpen wordt vooraf nagegaan of het open hakken de moeite waard. De snavel slijt snel door het gepik. Dagelijks groeit deze dan ook ongeveer een halve millimeter aan.

Scholeksters leggen vier eieren, met een dag tussen elk ei. Vervolgens komen, vier weken later, de kuikens ook één voor één uit. Wanneer er drie kuikens uitgekomen zijn, wordt het laatste ei niet meer uitgebroed en besteden de ouderdieren alle aandacht aan de kuikens. Ze verzorgen de kuikens bijna twee maanden lang. In die tijd worden de jongen vliegvlug en leggen ze een eerste vetvoorraadje aan voor de winter. De kuikens die eind augustus halen zijn in principe zelfstandig, maar krijgen zo nu en dan nog wat voedsel van hun ouders aangereikt. In oktober is de zorg voor de jongen helemaal afgelopen en gaan de ouders werken aan hun eigen vetvoorraad voor de winter. Ook gedurende het broedseizoen zullen de ouders zichzelf niet compleet uitputten voor hun jongen, ze willen fit genoeg blijven om het volgende jaar weer voor nageslacht te kunnen zorgen.
Trek In het winterhalfjaar trekken ze vanuit de noordelijke streken naar de Waddenzee of zuidelijker om de winter door te komen. De vogels die in het waddengebied zelf broeden overwinteren daar ook meestal. In maart vangt terugtrek aan.
Aantallen Talrijke broedvogel (max 100.000 paren)


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net