Smient
Anas penelope
Smient (Anas penelope)
Grootte lengte: 45 - 51 cm
spanwijdte: 75 - 86 cm
Biotoop Het typische biotoop van de smient is ondiep, rustig water,
maar je vindt ze ook bij rivieren en kustmoerassen. Smienten broeden bij meren in IJsland, Schotland, Noord-Engeland en in de brede arctische en subarctische gordel die van Noorwegen via Azië tot de Bering Straat loopt. In het najaar begeven ze zich vooral op zoutmoerassen langs de kust. In winter zie je ze in grote getale grazend op graslanden in het Europese binnenland en rustend op allerlei plassen.
Voortplanting

Zo mogelijk wordt bij het zoeken van een geschikte nestplaats gebruik gemaakt van kleine eilandjes als bescherming tegen rovers. Het nest is een ondiep kuiltje, gevoerd met bladeren, gras en dons, verstopt onder overhangende pollen of struiken. De 7 à 9 eieren worden door het wijfje 24 dagen bebroed. De broedtijd is sterk afhankelijk van de geografische ligging en varieert van april tot juni. De jongen kunnen na zes weken vliegen. Na de broedtijd vliegen de smienten in formaties van honderden exemplaren in de buurt van riviermondingen en in de kustgebieden. Agressieve mannetjes richten hun staartveren op om elkaar te impressioneren.

Voedsel

Smienten zijn vegetariërs. Anders dan de meeste eenden grazen smienten net als ganzen weilanden af, hoewel ze zich ook grondelend met waterplanten voeden. Tijdens het grazen kijken de vogels allen in dezelfde richting terwijl de troep langzaam verder gaat. De lucht is dan gevuld van hun scherpe, hoge gefluit. In Nederland zijn de graslandpercelen erg in trek omdat de oorspronkelijke graasplaatsen (moerassen) door ontginning vaak verdwenen zijn. De vogels grazen ook 's nachts, en slapen overdag op grote wateroppervlakken. Na hun aankomt in de overwinteringsgebieden leven de smienten nog van planten op kwelders en van zeegrasvelden. Later in het jaar is meer energierijk eten nodig om te overleven en schakelt de soort over op landbouwgewassen. Weidegras bevat voor een smient weinig voedingswaarde. De eenden moeten daarom zo'n vijftien uur per dag grazen. Wanneer koolzaad voor handen is, heeft de soort slechts 50 gram nodig. Om op temperatuur te blijven (smienten hebben een lichaamstemperatuur van 40 °C) moet de soort zo'n 300 gram gras per dag naar binnen zien te werken. Dat is zo'n 50% van zijn lichaamsgewicht.

Kenmerken

De smient is een makkelijk herkenbare eend. Het is een middelgrote eend met puntige staart; vleugels hoog op de rug gevouwen. Korte, stompe snavel met een zwart puntje op het einde en een hoog voorhoofd. Korte, grijze poten. De woerd heeft een typische kastanjebruine kop met een gele kruin. In vlucht vallen de witte schouders en de groene vleugelspiegels op. Onvolwassen woerden en vrouwtjes missen deze witte schoudervlekken. Let ook op de donkere, scherp begrensde borst en de witte buik. De staart is zwart gekleurd. Het vrouwtje is minder opvallend gekleurd: zij is bruin met witte spikkels. Ze is egaler bruin dan andere eenden. Jonge smienten zijn te herkennen aan hun bruine bovendelen en het ontbreken van een duidelijke koptekening. De woerd laat een luid, muzikaal 'u-wieuw' horen, het wijfje maakt een laag snorrend geluid.

Trek Smienten overwinteren ten zuiden van Denemarken tot in het noorden van Afrika. In de loop van september komen de eerste wintergasten bij ons aan. Bij vorst houden ze het niet lang uit: hun vetlaag kan slechts voor drie dagen uitkomst bieden, daarna moet de vogel naar warmere plaatsen trekken. In april vertrekken de smienten opnieuw naar hun broedgebieden.
Aantallen In de Lage Landen is de smient tijdens de winter de talrijkste eend na de Wilde Eend. Wereldwijd bedraagt het aantal smienten ongeveer anderhalf miljoen. In de winter komt éénderde daarvan naar het Waddengebied. Als broedvogel komt hij hier slechts zelden voor.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net