Broedt
in grote nesten in boomtoppen of masten, soms ver van water.
Kenmerken
Na
een geschikte prooi gevonden te hebben, vaak in etappes afdalend om
daarna met hoge snelheid en vooruit gehouden poten in het water te
storten, daarbij soms geheel onder het wateroppervlak verdwijnend.
Trek
Op
doortrek in april en in augustus-september. Soms enige tijd pleisterend.
Een paar exemplaren overzomerend en een enkele keer ook overwinterend.