Visdief Sterna hirundo |
|
|
|
|
|
|
| Grootte |
L 31-35cm. SW 82-95cm. Kleiner dan Kokmeeuw. |
|
| Biotoop |
Zand-
en schelpbanken met schaarse, soms halfhoge begroeiing, maar ook in
moerassige streken of op bouwterreinen. Visdieven zijn koloniegewijs
broedende vogels van kustgebieden en visrijke wateren in het binnenland.
Bij voorkeur wordt gebroed op eilandjes en andere voor grondpredatoren
moeilijk bereikbare plaatsen met een vrijwel kale tot grazige bodem.
Soms broedend op platte daken en in middenbermen van snelwegen. |
|
| Kenmerken |
Het
voedsel bestaat bij voorkeur uit kleine rondvis, die meestal duikend
bemachtigd wordt. Bij gebrek aan rondvis wordt overgeschakeld op kleine
platvis, garnalen, kikkervisjes en dergelijke. |
|
| Trek |
Onze
visdieven overwinteren langs de Westafrikaanse kust, van Mauretaniâ
tot Nigeria. Vanaf eind-maart tot begin november (zeer zeldzaam in
de winter.) |
|
| Aantallen |
Duidelijke
afname van het aantal broedparen en een beperkte verspreiding. Het
is niet duidelijk waarom het herstel van de visdief op een laag pitje
blijft steken. Een aantal zaken speelt hierbij een rol. Ten eerste
de voedselsituatie, die langs de kust door overbevissing en de uitvoering
van de Deltawerken sterk veranderd is. Zo is het opvallend dat het
broedsucces van visdieven in de Nederlandse Waddenzee minder is dan
dat in de Duitse Waddenzee. In de binnenwateren speelt vertroebeling
door toegenomen voedselrijkdom (eutrofiâring) waarschijnlijk een negatieve
rol voor een oogjager als de visdief. De afname aan geschikte broedplaatsen
kan plaatselijk een rol spelen. Het aanbrengen van nestvlotjes en
broedeilandjes kan hier een oplossing zijn. Overigens schuwen visdieven
de menselijke omgeving niet, zoals blijkt uit het broeden op verkeerspleinen,
opgespoten terreinen en - incidenteel - platte grinddaken. Juist bij
dit soort broedplaatsen is samenwerking tussen terreineigenaars en
vogelbeschermers van groot belang; een goed voorbeeld hiervan zijn
de tussen Vogelbescherming Nederland en Rijkswaterstaat gemaakte afspraken
over het beheer van een kolonie op een verkeersplein nabij Amsterdam.
Tot slot is nader onderzoek naar zaken als verontreiniging met giftige
stoffen, de invloed daarvan op de visstand en de mate van verstoring
op de broedplaatsen onontbeerlijk om een goede bescherming mogelijk
te maken. |
|
|
|
|
 |
 |