Wilde
Eend Anas platyrhynchos |
|
 |
|
| Grootte |
lengte: 51 - 62 cm
spanwijdte: 91 - 98 cm |
|
| Biotoop |
Zowel in de stad als op het platteland is de wilde eend de
meest algemene eendensoort van onze streken. Hij voelt zich in parken thuis,
maar ook in afgelegen, rustige wateren, moerassen, meren, sloten in akkers
en weilanden. |
|
| Voortplanting |
Bij het gemeenschappelijk baltsvertoon trekt de woerd zijn
kop in en slaat vaak met zijn snavel op het water. Dikwijls ziet men de
woerden in volle vlucht achter een eend aanjagen. Het meestal goed verborgen
nest wordt van plantedelen gemaakt en met dons gevoerd. Het bevindt zich
meestal op de grond, maar ook wel in bij het water staande bomen; de kuikens
laten zich dan vallen. De gewoonlijk 7 à 12 lichtgroene eieren worden
soms al eind maart gelegd en door het wijfje in circa 4 weken uitgebroed.
Ze verzorgt de jongen meestal alleen en deze zijn na twee maand vliegvlug.
|
|
| Voedsel |
Met zijn brede, platte snavel zeeft hij allerlei klein plantaardig
en dierlijk materiaal uit het water. Hij foerageert ook ver van water, bijvoorbeeld
op stoppelvelden. |
|
| Gedrag |
In de stad is het een echte cultuurvolger, die zich graag
door de mens laat voeren, terwijl het in natuurgebieden vaak een zeer schuwe
vogel is. De wilde eend kan met krachtige vleugelslag recht uit het water
opstijgen. Zijn van vliezen voorziene zwempoten staan ver naar achteren,
zodat hij zich op het land schommelend voortbeweegt. Het wijfje maakt het
kwakende geluid dat de mens met eenden associeert. De woerd heeft soms echter
ook een zachte, hees klinkende roep, met name als hij gealarmeerd is. In
vlucht hoor je het fluitende vleugelgeluid. |
|
| Kenmerken |
De woerd heeft een glanzend groene kop, een witte halsband,
een kastanjebruine borst en gekrulde zwarte veren aan de staart. Met zijn
ruime halve meter is hij in onze streken de grootste grondeleend. De eend
heeft een groengele snavel en een paarsblauwe spiegel. Tijdens de najaarsrui
onderscheidt de woerd zich door zijn gele snavel van de eend. Veel exemplaren
tonen opvallende kleurafwijkingen door vermenging met gekweekte vormen en
zijn soms moeilijk te herkennen. |
|
| Trek |
Wilde eenden zijn geen standvogels, in tegenstelling tot
wat velen zouden denken. De mannetjes trekken al in mei-juni naar hun ruigebieden,
de vrouwtjes en juvenielen in juli-augustus. Broedvogels uit onze streken
trekken evenwel niet al te ver. In oktober-december arriveren hier grote
aantallen uit Scandinavië en Noordwest-Rusland. |
|
| Aantallen |
Ondanks de intensieve jacht blijft de wilde eend onze meest
voorkomende eendensoort. |
|
|
|
|
 |
 |