De wintertaling is een vogel van vegetatierijke zoetwatergebieden,
voedselarme vennen, duinmeren, kleiputten en stuwmeren.
Voedsel
Wintertalingen voeden zich in ondiepe gedeelten van vijvers
en plassen door met knabbelende snavelbewegingen kleine zaden van water-
en moerasplanten uit het water te zeven. In dieper water gaan ze vaak over
tot grondelen.
Voortplanting
Tijdens het baltsvertoon houdt de woerd op karakteristieke
wijze zijn kop en staart omhoog. Het nest ligt goed verstopt in de vegetatie
en bestaat uit plantedelen en donsveren. Het wijfje broedt de 8 à
10 roomkleurige eieren alleen in drie weken uit. De wantrouwige woerd bezoekt
het nest nooit en de eend vertoont afleidend gedrag als men het nest nadert.
De jongen zwemmen zelden in open water. Ze vliegen na 23 dagen.
Gedrag
Wintertalingen vliegen in onregelmatige, dichte zwermen en
maken voortdurend onverwachte wendingen. Ze stijgen en dalen zonder ophouden
en tonen om beurten hun lichte onderkant en donkere bovenkant. Ze vliegen
erg snel en door hun vlugge vleugelslagen lijkt het alsof ze haast hebben.
Wintertalingen zijn erg nerveuze eenden en gaan bij onraad loodrecht de
lucht in. Vaak zijn ze 's nachts actief en daarbij erg luidruchtig. Hun
geluid is karakteristiek en onmiskenbaar: een evocatief geluid van winter
in het moerasland.
Kenmerken
De wintertaling is de kleinste Europese eend. De woerd heeft
een kastanjebruine kop met een groene oogvlek. In vlucht valt de zwart-met-groene
vleugelspiegel op en bij de woerd vooral de zwart-met-gele anaalstreek.
Een woerd in eclipskleed mist wel de typische spiegel. Hij heeft een vrij
grote kop, aan de achterkant licht uitbollend. Slanke snavel en korte donkergrijze
poten. Loopt langzaam, maar makkelijk. Ligt hoog op het water.
Trek
Wintertalingen vallen het gehele jaar bij ons te zien, maar
van augustus tot april is het een algemene doortrekker en wintergast; de
soort verzamelt zich dan in enorme aantallen op onze wateren.
Aantallen
Als broedvogel komt de wintertaling in Nederland met ca. 4.000
broedparen voor, in België met ca. 400.