Nestelt
boven de grond, meestal in oude vogelnesten (vb. lijster), in vochtig
bosgebied bij stromend water. Op trek en 's winters vaak alleen of
in kleine groepjes in sloten of poelen met veel vegetatie. VrijweL uitsluitend te vinden bij zoet water.
Kenmerken
Eet
insecten en andere ongewervelden. Nerveus met een teruggetrokken leefwijze.
Meestal pas te zien als opgeschrikt. Ook al leeft hij een teruggetrokken
bestaan is het toch een luidruchtige vogel.
Trek
De meeste broeden in Noordoost-Europa en trekken naar Afrika,
maar sommige overwinteren langs zoetwatermeren in Zuid- en West-Europa.
Andere komen als doortrekkers voor. Vrouwtjes trekken al begin juni
weg, mannetjes iets later en juveniele in juli-september. Keert terug
vanaf eind maart. In Nederland het gehele jaar door te vinden.
Aantallen
Grootste
aantallen tijdens trek. Er zijn ca. 500 overwinteraas.