Zomertaling
Anas querquedula
Zomertaling (Anas querquedula)
Grootte lengte: 37 - 41 cm
spanwijdte: 58 - 64 cm
Biotoop Zomertalingen zijn broedvogels van drassige graslanden, brede oevers van ondiepe wateren en andere moerassige gebieden met veel water- en oeverplanten. Het nest bevindt zich in dichte kruidenvegetatie of in een graspol.
Voortplanting Uniek bij grondeleenden is het baltsvertoon van de zomertaling, waarbij de woerd zijn kop achterover gooit. De 8 à 11 bruinachtig witte eieren komen na 3 weken uit en op een leeftijd van 5 à 6 weken kunnen de jongen vliegen. De kuikens kan je herkennen aan de streep die van de ondersnavel voor het oog naar de oogstreep loopt.
Voedsel Zomertalingen verzamelen voedsel door met hun snavel of zelfs hun gehele kop onder water te zwemmen, door te grondelen en soms ook door het voedsel van het wateroppervlak te pakken. Ze leven vooral van allerlei larven, waterkevers, schietmotten, muggen, waterslakken, wormen en het legsel van vissen en kikkers. Daarnaast eten ze ook allerlei plataardig materiaal zoals wortels, knoppen, bladeren en vruchten van fonteinkruid en waterlelie.
Gedrag Zomertalingen zijn relatief schuw en leven teruggetrokken. Het raspende geluid van de woerd is kenmerkend.
Kenmerken Dikwijls neemt men zomertalingen pas waar wanneer ze opgeschrikt uit een plas of sloot opstijgen, waarbij de woerd zijn bleek blauwgrijze voorvleugels, witte buik, brede, witte wenkbrauwstreep en bruine kop toont. De eend is grijzer en heeft een minder opvallende oogstreep dan de woerd. Ze heeft grijsbruine vleugels en onduidelijke spiegels.Tijdens de rui na de broedtijd, waarbij de woerd het eclipskleed krijgt, kan hij een kleine maand niet vliegen. Hij lijkt dan sterk op het wijfje. Het wijfje ruit pas als de jongen vrijwel zelfstandig zijn.
Trek Zomertalingen zijn bij ons te zien vanaf maart tot september-november; dan gaan ze naar hun overwinteringsgebieden in het zuiden van de Sahara (onder meer in de Sahel).
Aantallen De tijd dat de zomertaling een kenmerkende soort was van de laaggelegen graslanden, ligt nog niet ver achter ons. De afname van de zomertaling heeft alles te maken met de grote veranderingen op onze weidegronden en hooilanden. De ontwatering, het egaliseren van reliëfrijke graslanden, de toenemende veebezetting en de steeds vroegere eerste maaidatum; al deze - met elkaar samenhangende - factoren hebben de soort geen goed gedaan. Immers, zowel het vergaren van voedsel als het vinden van een goede nestplaats zijn er niet eenvoudiger op geworden. Naast de problemen in de broedgebieden speelt ook de droogte in de Sahel waarschijnlijk een negatieve rol. Opvallend is echter dat, ondanks een reeks van natte winters aldaar, er geen duidelijk herstel van de soort heeft plaatsgevonden.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net