Zwarte
Roodstaart Phoenicurus ochruros |
|
|
|
| Grootte |
lengte: 14 cm |
|
| Biotoop |
In Zuid-Europa is deze roodstaart gebonden aan bergachtig
terrein, maar in Midden-Europa zie je hem overal in dorpen en steden, waar
huizen en fabrieken het natuurlijke, rotsachtige biotoop vervangen. Alles
wat hard, kaal en hoekig is schijnt te voldoen of het nu natuurlijk is of
door de mens gemaakt. De vogel nestelt gewoonlijk in boomholten en -spleten
in loofbossen, parklandschappen, tuinen en boomgaarden, maar neemt ook genoegen
met een meer open landschap, mits dit nestgelegenheid biedt, bijvoorbeeld
in houtstapels, muurnissen, onder dakpannen, enz. |
|
| Voortplanting |
Het broedseizoen begint eind april. Het nest wordt door het
wijfje vervaardigd en is een los bouwsel van gras, mos, worteltjes en bastvezels,
gevoerd met fijner materiaal, zoals haren en veren. Meestal bestaat een
legsel uit 5 à 7 eieren, die in 14 dagen door het wijfje worden uitgebroed.
Na het uitkomen helpt het mannetje met voeren gedurende de 12 à 16
dagen dat de jongen in het nest verblijven. Onvolwassen vogels hebben een
gevlekt verenkleed, maar zijn verder gelijk aan het kleed van een wijfje.
|
|
| Voedsel |
De zwarte roodstaart eet vooral insecten en fruit. Hij jaagt
op een 'vliegenvanger-achtige' wijze, geduldig de ideale kans afwachtend
om zijn prooi te slaan. Je ziet ze ook wel eens biddend muren afspeuren
naar insecten. |
|
| Kenmerken |
Met zijn fraaie, contrasterende kleuren en opvallende tekening
is de zwarte roodstaart een van onze mooiste kleine zangers. Zijn opvallendste
kenmerk is zijn roestrode, constant trillende staart. Deze speelt een belangrijke
rol bij het baltsritueel en wordt dan door het mannetje zo breed mogelijk
uitgespreid om de schitterende kleurenpracht ervan te laten zien. Het mannetje
is roetzwart en heeft witte vleugelvlekken. Deze zijn duidelijk zichtbaar
als de vogel op een insect jaagt. Het wijfje is minder zwart dan het mannetje
en ze mist de witte vleugelvlekken. De alarmroep is een angstig 'wie-tik-tik',
de zang een kort melodieus liedje, dat in een zacht geratel eindigt. De
aandachtige stadsbezoeker zal het - eenmaal hij het kent - overal in onze
steden kunnen horen. |
|
| Trek |
De zwarte roodstaart is bij ons te zien vanaf midden maart
tot en met september-oktober, wanneer hij opnieuw naar tropisch Afrika trekt.
De trekkende vogels zijn in West-Europa vaak op rotsachtige stranden te
zien. |
|
| Aantallen |
In de zomer bevolken zwarte roodstaarten onze steden, al
hoor je ze vaker dan je ze ziet. Ze overwinteren slechts in een gering aantal. |
|
|
|
|
 |
 |