Aardmuis
Microtus agrestis |
|
 |
|
| Data |
lengte: 90 - 125 mm
staartlengte: 30 - 45 mm
gewicht: 20 - 55 g |
|
| Biotoop |
Aardmuizen houden van open bosranden met een weelderige
kruidlaag, verwilderde akkers en plaatsen met lang, ruig gras. In jonge
aanplant kunnen Aardmuizen een paar jaar zeer talrijk zijn, maar bij het
groter worden van de bomen werpen deze meer schaduw, waardoor het gras afsterft
en de muizen moeten vertrekken. Enkele weten zich in de grazige randzones
te handhaven en koloniseren vanhier uit de nieuwe kapvlakten. |
|
| Voedsel |
Aardmuizen moeten zowel overdag als 's nachts geregeld eten.
Hun hoofdvoedsel bestaat uit gras (vooral de sappige, onderste stengeldelen)
maar ze eten ook bollen, wortels en schors op bodemhoogte. |
|
| Voortplanting |
Aardmuizen bouwen hun nest graag onder boomstronken of andere
voorwerpen die in het droge gras liggen. Als men deze optilt, ziet men de
nestkamer met de looppaden tussen de grasstengels. Van maart tot december
worden 3 à 6 nesten van elk 3 tot 7 jongen grootgebracht. Elke draagtijd
bedraagt 20-22 dagen. De jongen zijn na 10 dagen behaard en worden na 16
dagen gespeend. De wijfjes zijn na 6 weken geslachtsrijp. |
|
| Gedrag |
Aardmuizen zijn bijzonder agressief en luidruchtig. Met luid,
boos gepiep verdedigen ze hun kleine territoria tegen soortgenoten. |
|
| Kenmerken |
Deze muis lijkt verdacht veel op de veldmuis, maar bewoont
meestal een erg verschillend biotoop. De Aardmuis is aan de bovenzijde grauwbruin,
aan de onderzijde grijs tot gelig. De pels is ruiger dan die van de veldmuis.
Zijn staart is kort en aan de onderkant licht, aan de bovenkant donker van
kleur. |
|
| Aantallen |
Aardmuizen vormen een belangrijke prooi van roofvogels, uilen
en andere rovers zoals de vos. Ze vermeerderen zich echter snel. Onder gunstige
omstandigheden groeit een populatie in korte tijd uit tot duizenden exemplaren
en is er sprake van een plaag. Deze wordt gevolgd door een snelle achteruitgang,
die veroorzaakt wordt door een minder succesrijke voortplanting door overbevolking
en verhoogde agressie. Hoogte- en dieptepunten in de populatie wisselen
elkaar bij tussenpozen van drie tot vijf jaar af en gaan vaak gepaard met
dezelfde schommelingen in de populaties van hun roofvijanden. |
|
|
|
|
 |
 |