Alpenmarmot Marmota marmota |
|
 |
|
| Data |
lengte: 450 - 520 mm
staartlengte: 150 - 200 mm
gewicht: 3,5 - 5,5 kg |
|
| Biotoop |
Op 1400 à 2800 hoogte (boven de boomgrens), bij voorkeur
op zuidhellingen, voelt de alpenmarmot zich het meeste thuis. Daar bevinden
zich alpenweiden, hoogdalen en rotsige hellingen met een ondergrond waarin
hij nog zijn holen kan graven. |
|
| Voedsel |
Bij picknickplaatsen langs de alpenwegen leven halftamme
alpenmarmotten, die zich door de mens laten voeren. Ze leven in normale
omstandigheden uitsluitend vegetarisch: zaden, grassen, kruiden, bloemen
en wortels. |
|
| Voortplanting |
Kort na het ontwaken begint in april-mei de paartijd, waarin
de mannetjes van de kolonie om het bezit van de territoria vechten. De alpenmarmot
brengt voor de nestbouw zelfgemaakt hooi naar zijn hol. De wijfjes brengen
er jaarlijks, na een draagtijd van 33 à 34 dagen, 2 à 4 jongen
voort. De jonge alpenmarmotten blijven ca. 4 maanden in het hol. Ze ravotten
voortdurend; worstelen is een geliefde bezigheid, waarbij ze elkaar met
de voorpoten omklemmen en proberen weg te duwen. Het 'kussen' van alpenmarmotten
kan men vooral bij moeder en het jong waarnemen. |
|
| Gedrag |
Voor de winterslaap trekken de alpenmarmotten zich in een
diep gelegen ketel in de grond terug. De zomerbouw is eenvoudiger dan de
wijdvertakte, tot 3 m diepe winterbouw, met zijn woonketel en diverse uitgangen.
Voor de winterslaap van zes tot zeven maanden worden deze laatste van binnenuit
afgesloten. Alpenmarrnotten leven merendeels sociaal in moederfamilies en
grotere gemeenschappen. Er komen echter ook solitaire dieren voor. In kolonies
levende dieren zijn zeer waakzaam en gaan bij gevaar op de achterpoten staan
en laten een schel gefluit horen zoals bij verstoring door de mens of het
opduiken van roofdieren, zoals steenarend, oehoe, vos en lynx. Bij gevaar
toont de alpenmarmot zijn opwinding door snelle, verticale slagen van de
staart. |
|
| Kenmerken |
De alpenmarmot is een groot, gedrongen knaagdier met korte poten,
een vrij korte staart, korte oren en een brede kop. |
|
| Aantallen |
Oorspronkelijk kwam de alpenmarmot in de westelijke helft
van de Apen voor, met nog enkele restpopulaties in het oostelijke gedeelte.
De huidige grote verspreiding in het centrale deel van de Oostelijke alpen
is te danken aan invoering door de mens, evenals de nieuwe, lokale populaties
buiten de Alpen, zoals in de Zwitserse Jura en het Schwarzwald. |
|
|
|
|
 |
 |