Amerikaanse Nerts Mustela vison |
|
 |
|
| Data |
lengte: 35 - 50 cm
staartlengte: 16 - 19 cm
gewicht: tot 1 kg |
|
| Biotoop |
De Amerikaanse Nerts bewoont bij ons de biotopen die eeuwen
geleden, vóór zijn uitroeiing, door de Europese Nerts werden
ingenomen. Nertsen houden zich altijd in de buurt van water op. |
|
| Voortplanting |
De paring gaat door in het voorjaar. De draagtijd duurt 39
à 48 dagen. Jaarlijks is er één worp van 3 à
7jongen. Deze verlaten de bouw na circa 2 maanden. |
|
| Voedsel |
Nertsen zijn vooral 's nachts actief en maken veel slachtoffers
onder watervogels. Muizen staan eveneens op het vaste menu. Nertsen zwemmen
goed en vangen soms waterdieren, zoals paling, waterinsecten en rivierkreeft. |
|
| Kenmerken |
Van de Europese Nerts, die tot in Oost-Europa is teruggedrongen,
verschilt de Amerikaanse Nerts uiterlijk weinig: deze heeft alleen op de
kin en onderlip witte haren; bij de Europese Nerts is ook de bovenlip wit
behaard. De dichte, glanzende, chocoladebruine vacht lijkt vanuit de verte
bijna zwart, vooral wanneer hij nat is. Een zwemmende nerts is van een otter
of beverrat te onderscheiden aan zijn spitsere snuit, donkerder kleur en
kleiner formaat. Een waterrat heeft een kortere staart en is kleiner. De
pastelnerts is een lichte kleurslag die nog steeds bij verwilderde dieren
voorkomt. |
|
| Aantallen |
De Nertsen die bij ons in de natuur voorkomen zijn alle afstammelingen
van uit nertsfarms ontsnapte Amerikaanse Nertsen. In de jaren twintig werd
voor de pelsfokkerij in Europa de Amerikaanse Nerts ingevoerd. Het was onvermijdelijk
dat er exemplaren ontsnapten en deze bleken zich zo goed in onze streken
te kunnen handhaven, dat men hem sinds 1957 als een nieuwe inheemse soort
beschouwt. De vestiging van exotische soorten wordt over het algemeen met
gemengde gevoelens bekeken en dit geldt zeker ook ten aanzien van de Amerikaanse
Nerts. In Zweden heeft hij de zoetwaterkreeft praktisch uitgeroeid en in
Engeland richtte hij veel schade aan in broedkolonies van vogels en in viskwekerijen.
Hij mag dan misschien een minder goede visvanger zijn dan de otter, maar
door zijn aanwezigheid kan hij otters ervan weerhouden zich in geschikte
biotopen opnieuw te vestigen. |
|
|
|
|
 |
 |