Bever
Castor fiber
Bever (Castor fiber)
Data lengte: 75 - 100 cm
staartlengte: 30 - 40 cm
gewicht: 15 - 30 kg
Biotoop Als biotoop hebben bevers een gebied nodig dat bestaat uit rivieren en meren, omzoomd door moerasbossen met zachte houtsoorten, zoals wilg en es. Nog belangrijker is het water zelf - zonder dit kan een bever niet bestaan. Het moet minstens 1 à 2 m diep zijn, het mag 's winters niet tot op de bodem bevriezen en 's zomers niet uitdrogen, en er moeten uitgestrekte, stilstaande gedeelten aanwezig zijn. Aan al deze eisen moet worden voldaan om de belangrijkste levensvoorwaarde te realiseren: de toegang tot de burcht of bouw moet altijd onder de waterspiegel liggen.
Voedsel In het bovenstaande biotoop vinden deze zuivere planteneters voldoende van hun gading, zoals schors en twijgen van bomen, wortelstokken van waterplanten en - vooral in de zomer - een groot aantal kruidachtige planten.
Bouwkunst Bever zijn echte bouwkunstenaars. Hun beverburcht ligt in het opgestuwde water achter de dam. De ingangen tot de burcht liggen altijd onder, de woonkamer daarentegen altijd boven de waterspiegel. Bij rivieren graaft de bever zijn holen meestal in de oever uit. In stilstaand water bouwt hij een burcht in het water. De burcht is een verborgen eiland van boomstammen, takken en waterplanten, die aan de binnenzijde met modder stevig aan elkaar zijn gemetseld. Bevers bouwen ook dammen, waarmee ze het water van rivieren opstuwen. Tijdens de bouw van de dam kunnen bevers zeer lang achtereen (tot 20 minuten) onder water werken. Dammen zorgen ervoor dat het water altijd diep genoeg is, want de burchten liggen vanuit de dammen gezien stroomopwaarts. Daar de waterdiepte echter schommelingen vertoont - bij hoogwater zouden de woonkamers van de burchten volstromen en de jongen verdrinken, bij laagwater de toegangen droogvallen - moet deze geregeld worden en dat doen de bevers zelf. Na zware regenval laten ze de waterspiegel van hun stuwmeer zakken door een sluis open te zetten. Een te sterke - door het seizoen bepaalde - daling van de waterspiegel gaan ze tegen door de opening te sluiten en soms door de bouw van een tweede dam. Bij het bouwen van de dam worden ook stenen gebruikt. De bever klemt deze tussen de voorpoten en de kop en loopt dan op de achterpoten.
Voortplanting De bronstijd valt nog in het koude jaargetijde, tussen januari en maart. De paring vindt - buik tegen buik - in het water plaats. In mei-juni - na een draagtijd van 105 dagen - komen de 2 à 4 jongen in de burcht ter wereld. Bij de geboorte wegen ze al meer dan een halve kilo, zijn ze dichtbehaard en zijn hun ogen open. Na 6 weken worden ze gespeend. Het duurt dan nog lang voordat ze net zo goed kunnen zwemmen en duiken als hun ouders. Hun eerste uitstapje maken de jongen onder toezicht van de bezorgde ouders, die hen helpen hindernissen te overwinnen door hen voort te duwen of zelfs in de poten te dragen, bijvoorbeeld over de oeverbegroeiing heen. Bevers zijn monogaam; een paar blijft het gehele leven bij elkaar. Een kolonie bestaat uit de ouders, de jongen van het jongste jaar en die van het vorige jaar. In het derde jaar trekken de oudste, dan geslachtsrijpe jongen weg om een eigen territorium te vestigen.
Gedrag Bevers houden geen winterslaap. Wanneer de waterspiegel bevroren is, moeten ze vaak wekenlang in de burcht blijven en van de in het water aangelegde voorraden twijgen en schors leven. Voordat ze wegduiken, waarschuwen bevers elkaar voor gevaar door met de staart kletsende klappen op het water te geven. De bever is niet alleen in het water voortdurend bezig, maar ook daarbuiten. 's Nachts knaagt hij op het land dicht bij de oever staande bomen om, die meestal de kant van het water op vallen. Daarbij geeft hij de voorkeur aan zachte houtsoorten, zoals wilg, populier en es. Bij het vellen van bomen wordt de stam rondom doorgeknaagd, waarbij een zandlopervormig vraatpatroon ontstaat. Van de gevelde bomen knaagt de bever de takken af, die hij vervolgens naar de dam of burcht sleept. Om het transport te vergemakkelijken, graaft hij vaak lange kanalen.
Kenmerken De bever is het grootste knaagdier van Europa en heel wat groter dan andere grote, bij het water levende knaagdieren, zoals beverratten en muskusratten. De brede staart is afgeplat en niet behaard maar geschubd.
Aantallen Zijn prachtige pels, het feit dat hij als waterdier (net als vis) als vastenspijs mocht dienen en de verstoring van veel biotopen hebben zijn lot bezegeld. In de eerste helft van deze eeuw was de bever in het beschreven gebied overal verdwenen, behalve in een klein gedeelte van de middenloop van de Elbe. Heruitzettingen in de afgelopen dertig jaar in Zwitserland, de Elzas, Beieren en, kort geleden, in Oostenrijk leidden tot bemoedigende resultaten. De bevers waren niet alleen snel gewend, maar brachten ook jongen groot en vormden hier en daar zelfs echte kolonies.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net