Beverrat
Myocastor coypus |
|
 |
|
| Data |
lengte: 400 - 600 mm
staartlengte: 300 - 450 mm
gewicht: 7 - 9 kg |
|
| Biotoop |
Beverratten treft men zelden verder dan enkele tientallen
meters van water af, maar ze voelen zich zowel op het land als in het water
thuis. |
|
| Voedsel |
Ze voeden zich met water- en oeverplanten, maar ook met allerlei
landbouwgewassen zoals maïs en suikerbiet. Zittend op de achterpoten
werkt de beverrat zijn voedsel naar binnen, dat hij met de voorpoten vasthoudt.
Meestal eet hij 's nachts. |
|
| Voortplanting |
Jaarlijks krijgt het wijfje - na een draagtijd van 128 à
132 dagen - maximaal 3 nesten van 4 à 12 jongen. Bij de geboorte
zijn ze behaard en ze lopen al snel rond. De tepels zitten bij het wijfje
opzij; de jongen worden tot 10 weken gezoogd. |
|
| Gedrag |
Behalve vraatschade veroorzaken ze ook verzakkingen en instortingen
van oevers door hun graafwerkzaamheden. Ze maken hierin namelijk meterslange
gangen of pijpen, met de ingang op waterniveau en landinwaarts een nestkamer.
|
|
| Kenmerken |
De beverrat is zwaar gebouwd, met een brede, hoekige kop
en achterpoten met zwemvliezen. De reusachtige snijtanden en de lange klauwen
vallen onmiddellijk op. De ruige pels bestaat uit zacht, zijdeachtig onderhaar
en lange, stijve, lichtbruine dekharen. Ze bestenden veel tijd aan het verzorgen
van hun pels: met hun voor- en achterpoten en met hun tanden kammen ze zich
onophoudelijk. |
|
| Aantallen |
De zachte, dichte ondervacht van de beverrat vormt een commercieel
belangrijke bontsoort. Rond 1930 werd het dier op tal van plaatsen in West
en Midden-Europa vanuit Zuid-Amerika ingevoerd en om zijn pels gefokt. De
beverrat is vrij gemakkelijk te kweken, omdat het een planteneter is en
geen roofdier, zoals veel andere bontleveranciers. Zoals te verwachten was,
wisten sommige exemplaren te ontsnappen, waardoor in veel streken in Europa,
en zo ook bij ons, in de vrije natuur populaties ontstonden. Deze groepen
verwilderde beverratten breiden zich in perioden met zachte winters gestaag
uit, maar tijdens een strenge winter sterven de meeste weer. Kennelijk is
het Europese klimaat voor hen net iets te koud. In strenge winters, wanneer
sloten en plassen bevriezen, sterven veel beverratten de hongerdood. Vaak
vindt men hen met afgevroren staarten tenen. |
|
|
|
|
 |
 |