Brandmuis
Apodemus agrarius |
|
 |
|
| Data |
lengte: 80 - 105 mm
staartlengte: 70 - 85 mm
gewicht: 12 - 25 g |
|
| Biotoop |
De biotopen waarin de brandmuis leeft zijn o.a. bosranden,
open bossen, steppen, akkers en tuinen, waarbij hij een voorkeur heeft voor
de vochtige gedeelten. 's Winters zoekt hij vaak de beschutting van stallen
en schuren op. |
|
| Voedsel |
Brandmuizen eten bijzonder graag dierlijk voedsel, dat bijna
de helft van hun rantsoen uitmaakt. Ze doen zich te goed aan allerlei insecten,
hun larven, spinnen, wormen en weekdieren. Wat plantaardig voedsel betreft
hebben ze een voorkeur voor zaden en vruchten. In de herfst leggen ze wintervoorraden
aan. |
|
| Voortplanting |
De voortplantingsperiode duurt bij de brandmuis korter dan
bij de verwante bos- en geelhalsbosmuis, namelijk van april tot september.
Daar staat tegenover dat hij grotere nesten voortbrengt van gemiddeld zes
of zeven jongen, en dat 2 tot 4 keer per jaar. Het werpnest is met gras
gevoerd. De draagtijd duurt 23 dagen. |
|
| Gedrag |
De brandmuis bouwt zijn gangen en nesten dicht onder het
aardoppervlak. Brandmuizen zijn dagdieren en daarom behoren roofvogels,
zoals buizerds en valken, tot hun belangrijkste vijanden. Hoewel brandmuizen
hoofdzakelijk op de grond leven, kunnen ze zeer goed klimmen. Hierbij dient
hun staart dikwijls als houvast. |
|
| Kenmerken |
De brandmuis is gemakkelijk te herkennen aan de roodbruine
rug met de twee mm brede, scherp afgezette aalstreep, die van de kop tot
aan de staartwortel loopt. Door deze aalstreep, en ook door de kortere staart,
onderscheidt deze soort zich van de bosmuis en de geelhalsbosmuis. |
|
| Aantallen |
Net als de hamster is de brandmuis een vertegenwoordiger
van de Oost-Europese en continentale fauna. Zijn verspreidingsgebied strekt
zich tot ver in Azië uit en hij bereikt in Midden-Europa zijn westelijke
grens. Terwijl die soort nog in de gehele voormalige DDR voorkomt, zelfs
binnen de stadsgrenzen van Berlijn, bewoont hij alleen nog maar het meest
oostelijke gedeelte van de voormalige BRD. |
|
|
|
|
 |
 |