Dwergspitsmuis Sorex minutus |
|
 |
|
| Data |
lengte: 40 - 60 mm
staartlengte: 30 - 45 mm
gewicht: 3 - 7 g |
|
| Biotoop |
De dwergspitsmuis is een kleine, maar sterke soort, die zelfs
in koude, hooggelegen hoogveengebieden gedijt. Dwergspitsmuizen bewonen
dikwijls dezelfde gebieden als bosspitsmuizen. Een conflict met deze agressievere
verwant vermijden ze echter zorgvuldig. |
|
| Voedsel |
De spitsmuis verhongert als hij langer dan twee uur niet
eet. Dagelijks eet hij zijn eigen gewicht (ca. 5 gram) aan voedsel. Onvermoeibaar,
zonder langer te pauzeren dan hooguit enkele minuten, onderzoekt de muis
zijn territorium van ca. 1250 vierkante meter. Hij scharrelt door en diepe
gangen die andere dieren in de bodem, de bladerlaag of de begroeiing hebben
gemaakt en verorbert gretig kleine bodemdiertjes, zoals spinnen, kevertjes
en insectenlarven. |
|
| Voortplanting |
De werptijd duurt van april tot augustus. De 4 à 7
jongen komen in een ondergronds nest ter wereld. Het wijfje brengt in de
zomer enkele worpen groot. De jongen groeien snel en verlaten het nest na
een week of drie. Die van de vroege zomer en het voorjaar planten zich hetzelfde
jaar nog voort. Veel spitsmuizen sterven echter binnen enkele maanden na
de geboorte en de dieren die in leven blijven en zich het volgende jaar
vermeerderen, overleven geen tweede winter. |
|
| Kenmerken |
De dwergspitsmuis is het kleinste zoogdier ten noorden van
de Alpen en nauwelijks groter dan een vliegend hert. Wat formaat betreft
heeft hij zo ongeveer de grens bereikt voor een warmbloedig dier - als hij
nog kleiner was, zou zijn lichaamsoppervlak te groot zijn ten opzichte van
zijn massa en zo snel warmte uitstralen dat hij zijn lichaamstemperatuur
niet meer zou kunnen handhaven. Vergeleken met andere spitsmuizen heeft
hij een dikke, gewelfde kop en een korte, smalle snuit. De dwergspitsmuis
is aan de bovenzijde vrijwel effen bruin, aan de onderzijde lichtgrijs,
zonder scherpe scheidingslijn. De dikke staart is meer dan halt zolang als
het lichaam. |
|
| Aantallen |
Verraden door zijn geritsel wordt de dwergspitsmuis vaak
het slachtoffer van een kerkuil; deze rover geeft niets om zijn vieze smaak.
|
|
|
|
|
 |
 |