Eekhoorn Sciurus vulgaris |
|
 |
|
| Data |
lengte: 200 - 250 mm
staartlengte: 150 - 200 mm
gewicht: 30 - 400 g |
|
| Biotoop |
Eekhoorns komen in onze streken van nature in de bossen op
zandgronden voor. Men ziet ze ook wel elders, zoals in duinbossen, maar
daar zijn ze door de mens uitgezet. Ze zijn vooral in oude, hoge bomen te
vinden en zowel in loof als in naaldbomen. |
|
| Voedsel |
Eekhoorns herkennen voedsel aan de geur. Bij een gevarieerd
aanbod van plantaardig voedsel - vruchten, noten, zaden en paddestoelen
- gedijen ze het best. Een enkele keer wisselen ze hun vegetarisch menu
af met insecten, eieren en jonge vogels. Voedsel wordt met de voorpoten
vastgehouden. Om bij de sappige bast van bomen te komen, schillen ze de
schors van de stam. Van kegels bijt de Eekhoorn de schubben af om bij de
zaden te komen. Losse schubben en kernen van kegels onder de bomen duiden
op zijn aanwezigheid. In de herfst, wanneer er voedsel in overvloed is,
leggen Eekhoorns wintervoorraden aan van eikels en beukennoten. Ze eten
dan ook extra veel om een vetreserve te vormen voor de komende winter. Eekhoorns
houden geen winterslaap (ze blijven alleen bij nat weer in hun nest). Ze
kunnen slechts enkele dagen zonder voedsel. Op winterochtenden zijn Eekhoorns
soms reeds in alle vroegte op zoek naar voedsel, zoals de zaden van lariksappels.
|
|
| Voortplanting |
De paartijd begint al in december. Op mooie dagen maakt het
mannetje het wijfje onder veel gejaag het hof. Per seizoen heeft het wijfje
diverse partners. Het wijfje werpt gewoonlijk - na een draagtijd van ca.
38 dagen - eenmaal per jaar drie of vier jongen. Soms zijn het er zes, maar
in grote nesten treedt meer sterfte op. Oudere wijfjes produceren tegen
het einde van de voortplantingsperiode, in augustus, nog een tweede worp.
De jongen worden in een speciaal kraamnest geboren, dat bestaat uit een
vlechtwerk van takken, gevoerd met een dikke laag gras. De doorsnee is ca.
40 cm en het is dicht tegen de stam gebouwd. Eerst zijn de jongen naakt
en blind, maar na 3 weken zijn ze volledig behaard en na 4 weken kunnen
ze zien. Als het kraamnest wordt verstoord, brengt het wijfje de jongen
stuk voor stuk in haar bek naar een noodnest. De mannetjes helpen met het
grootbrengen van de jongen. Op een leeftijd van circa 2 maanden verlaten
de jongen het nest. Kort daarna worden ze onafhankelijk van de moeder en
krijgen ze het volwassen kleed. De grootste risico's lopen Eekhoorns gedurende
de eerste paar maanden van hun leven, nadat ze het nest hebben verlaten
en voordat ze volkomen zelfstandig zijn. |
|
| Gedrag |
Met zijn krachtige achterpoten kan de Eekhoorn in de bomen,
maar ook op de grond, grote sprongen maken. De voorpoten zijn veel korter
en van stevige klauwen voorzien. Hiermee grijpt het dier zich aan de boomstam
vast als hij omhoog of omlaag (met de kop naar beneden) klimt. Bij het springen
door de takken doet de omvangrijke pluimstaart dienst als evenwichtsorgaan.
Hij is in staat aan één poot te hangen. Soms springt een Eekhoorn
pardoes uit een boom naar omlaag, bijvoorbeeld wanneer hij door een boommarter
wordt achtervolgd. Bij dergelijke sprongen, die soms meer weg hebben van
een glijvlucht spreidt het dier de poten. Een bijzonderheid van de Eekhoorn
- en zijn nauwe verwanten - is, dat het een van de weinige overdag actieve
zoogdieren is. In de bomen heeft hij vrijwel alleen iets van de boommarter
te vrezen, maar op de grond ook van roofvogels en vossen. |
|
| Kenmerken |
In de zomer heeft de Eekhoorn een fraaie, roodbruine pels;
de poten zijn gelig bruin. De oren zijn gepluimd, maar bij jonge dieren
zijn de pluimen klein of zelfs afwezig. De pluimstaart wordt in de top van
de zomer lichter van tint. De lange, zijdeachtige wintervacht is donkerder
dan de zomervacht. De staart is effen donkerbruin. 's Winters zijn de oorpluimen
veel langer dan 's zomers, met name bij de volwassen dieren. Albino's, met
rode ogen, komen soms voor, evenals zeer donkere exemplaren. |
|
| Aantallen |
Hun verspreidingsgebied strekt zich over geheel Europa en
het noordelijk deel van Azië uit. Het aantal Eekhoorns is afhankelijk
van de zaadproductie van hun belangrijkste voedselbomen. Waar een overvloed
van dennenkegels, eikels of soortgelijk voedsel is, bouwen de Eekhoorns
flinke vetreserves op en zullen vele de winter in een goede conditie doorkomen.
Het volgende jaar werpen ze vroeg en worden er veel jongen geboren en grootgebracht.
In jaren met een geringe zaadproductie gaan de Eekhoorns de winter in met
weinig vetreserves, waardoor vele van de honger of aan ziekten sterven.
Van de Eekhoorns die de winter doorstaan, zijn er maar weinig fit genoeg
om zich met succes voort te planten. Het kan dan jaren duren, voordat de
populatie zich weer heeft hersteld. |
|
|
|
|
 |
 |