Egel
Erinaceus europaeus |
|
 |
|
| Data |
lengte: 20 - 31cm
lengte staart: 2 - 4,5cm
gewicht: 300 - 1100 g |
|
| Biotoop |
De egel is een bekende verschijning in tuinen, graslanden,
bossen en heggen. Hij houdt van afwisselend landschap met vele schuilplaatsen.
|
|
| Voedsel |
Het menu van de egel bestaat vooral uit kevers, rupsen en
wormen maar ze eten ook vogeleieren, slakken en aas. Ze vinden hun prooi
vooral op de geur. Egels verdragen, in tegenstelling tot het volksgeloof,
geen melk: ze krijgen er hevige diarree van. |
|
| Voortplanting |
Egels paren in april, kort na de beëindiging van hun
winterslaap. Na een draagtijd van 5 à 6 weken worden in mei-juli
3 tot 7 jongen geboren in een nest van bladeren en gras. In het begin zijn
ze blind en roze, maar binnen een paar uur vertonen ze reeds een aantal
witte, borstelige stekels. Tussen de witte stekels verschijnen in de eerste
weken steeds meer bruine. De ogen gaan na ongeveer veertien dagen open.
Op een leeftijd van 5 à 6 weken bezitten de jongen reeds meer dan
2 000 stekels. Als ze een maand oud zijn, beginnen de jongen vast voedsel
te eten. Het gezin gaat 's nachts onder leiding van de moeder 'in processie'
op voedseljacht. Het mannetje bemoeit zich niet met het grootbrengen van
de jongen. Na zes weken zijn ze zelfstandig. In september volgt vaak nog
een tweede worp, in het bijzonder wanneer de eerste verloren ging. Deze
late jongen overleven de winter echter zelden. Indien het nest wordt verstoord
als de jongen pas geboren zijn, eet de moeder hen soms op of verlaat ze
hen. Oudere jongeren pakt ze bij hun nekvel en brengt ze naar een veiliger
plekje. |
|
| Gedrag |
Meestal zijn egels 's nachts op pad, maar jongen en zieke
dieren ziet men ook overdag. Overdag slapen ze verstopt onder struikgewas
of bladeren in een moeilijk te vinden nest. Ze hebben geen territorium dat
ze verdedigen tegen indringers, maar leiden een half-zwerversbestaan. Ze
houden zich desalniettemin aan een min of meer vast 'leefgebied': mannetjes
20-40 ha, vrouwtjes 10-20 ha. Er doen vele volksverhalen de ronde over egels,
die echter meestal op fantasie berusten, zoals het verhaal dat dit dier
's nachts koeien hun melk zou ontfutselen. Toch blijft het een vreemd beest.
Een egel met schuim op de mond is niet ziek: om nog onbekende redenen verspreiden
deze dieren soms schuimend speeksel over hun gehele lichaam. Tot vandaag
weten we bijvoorbeeld nog altijd niet hoe het komt dat deze dieren zich
tijdens hun nachtelijke tochten soms insmeren met sterk geurend aas of uitwerpselen.
|
|
| Winterslaap |
De egel last een winterslaap in van november-december tot
april-mei. Dat doen ze in een nest van bladeren en verdord gras, goed verstopt
onder stuikgewas of een oude schuur. Af en toe worden ze kortstondig wakker.
Hun lichaamstemperatuur daalt tijdens de winterslaap van circa 35° tot
circa 5°. Bovendien verliezen ze dan ongeveer 30% van hun gewicht. |
|
| Kenmerken |
De stekelige vacht van de egel is karakteristiek. Een volwassen
egel heeft ongeveer 7000 - 8000 stekels van 2 cm lang. Een stekel gaat ongeveer
een jaar mee of langer en wordt dan vervangen. Waar stekels ontbreken, is
de huid bedekt met vrij stugge haren die op de buikzijde geelwit tot bruin
zijn. Opgerold tot een bal is een egel tegen vrijwel al zijn vijanden beschermd.
Witte egels zijn daarom niet zeldzaam. Ze vallen wel op, maar hun stekels
schijnen een afdoende bescherming te vormen. De jongen, met minder stekels
en minder krachtige kringspieren, zijn kwetsbaarder. De grootte en het lichaamsgewicht
zijn afhankelijk van leeftijd en geslacht; over het algemeen zijn volwassen
mannetjes het grootst en het zwaarst. Egels kunnen maximaal tien jaar oud
worden, maar meestal worden ze niet ouder dan een jaar of vijf. |
|
| Aantallen |
De egel komt bijna overal in West-Europa vrij algemeen voor.
Onder de egel-populatie vallen wel enorm veel slachtoffers door het toenemende
verkeer. |
|
|
|
|
 |
 |