Eikelmuis
Eliomys quercinus |
|
 |
|
| Data |
lengte: 100 - 155 mm
staartlengte: 80 - 145 mm
gewicht: 50 - 120 g |
|
| Biotoop |
De eikelmuis is minder aan echte bossen gebonden. Zijn biotopen
bestaan meer uit een combinatie van bomen, struikgewas, rotsen, muren en
gebouwen. Het is een cultuurvolger. In Frankrijk en Spanje, waar de soort
wijdverbreid is, merk je zijn voorliefde voor wijn- en boomgaarden om te
foerageren en boom- en rotsholten als schuilplaats. De eikelmuis komt in
zijn woongebied ook wel in tuinen voor, maar wordt door zijn verborgen levenswijze
zelden opgemerkt. |
|
| Voedsel |
De eikelmuis is een alleseter: huisjesslakken, insecten,
jonge vogels en bosmuizen benadert hij als een echt roofdier. Verder is
hij dol op druiven, perziken en andere vruchten en zaden. |
|
| Voortplanting |
De paartijd valt in mei-augustus. Na een draagtijd van 21
à 23 dagen werpt het wijfje gewoonlijk in mei tot juli. Meestal bestaat
een worp uit vier tot zes jongen. Jaarlijks kunnen er twee worpen zijn.
Tussen hun dertigste en hun vijftigste dag spelen ze veel en maken de jongen
hun eerste tochtjes buiten het nest; daarna zijn ze zelfstandig. Jonge eikelmuizen
klimmen tijdens hun eerste verkenningstochten graag op hun moeder rond. |
|
| Gedrag |
Net als de andere slaapmuizen is de eikelmuis een nachtdier
en een uitstekende klimmer, maar hij komt meer op de grond dan zijn verwanten.
Net als bij de Relmuis duurt zijn winterslaap circa zeven maanden. Deze
brengt hij, opgerold tot een bolletje, in zijn nest van takjes en bladeren
door. |
|
| Kenmerken |
De eikelmuis heeft een fraai, zwart gezichtsmasker. De bovenzijde
van lichaam en staart is grijsbruin met een rossige glans, de onderzijde
is zuiver wit. De behaarde staart eindigt in een zwartwit kwastje. |
|
| Aantallen |
Deze middelgrote slaapmuis komt in Nederland hoofdzakelijk
in de Zuid-Limburgse hellingbossen voor; in België is hij veel algemener.
|
|
|
|
|
 |
 |