Eland
Alces alces |
|
 |
|
| Data |
lengte: 200-280 cm
schouderhoogte : 180 - 220 cm
gewicht: 250 - 600 kg |
|
| Biotoop |
Randzonebewoner, met een voorkeur voor bossen met ratelpopulier.
Verder ook op grasvlakten, moerassen en oevers van rivieren. Kan voorkomen
tot boven de boomgrens. In de winter ondervindt hij pas hinder van de sneeuw
als die meer dan 60 cm dik is. |
|
| Voedsel |
Elanden zijn fijnproevers, ze kiezen zeer nauwkeurig lichtverteerbare
plantaardige kost. Vooral twijgjes, schors (winter) en bladloof, scheuten
en waterplanten (zomer). Ze kunnen tot 5 meter diep duiken om waterplanten
te eten. |
|
| Voortplanting |
Bronsttijd van eind september tot oktober. In tegenstelling
tot het Edelhert geen harems, maar het mannetje blijft bij één
vrouwtje tot het bevrucht is en gaat dan op zoek naar een ander. Een wijfje
krijgt in mei meestal twee jongen, soms drie. |
|
| Gedrag |
Schemeringsactief, soms ook overdag. 's Zomers solitair,
in de winter in kleine kuddes geleid door een koe met kalveren. |
|
| Kenmerken |
Zeer groot hert, zo groot als een paard. Snuit dik, met overhangende
bovenlip. Opvallend lichtgekleurde poten. Gewei plaatvormig (schoffelgewei)
en tot 20 kg zwaar, maar gemiddeld een stuk kleiner dan dat van de Noord-Amerikaanse
verwant. |
|
| Aantallen |
Noord- en Noordoost-Europa, Scandinavië tot Polen, verder
tot noord-Oost-Azië en Noord-Amerika. Uitzettingsprojecten in West-Europa
gaande. Plaatselijk algemeen en schade veroorzakend aan door mensen beheerde
bossen. Daarom soms zwaar bejaagd, ook wegens het grote aantal verkeersslachtoffers
(bij mensen!). |
|
|
|
|
 |
 |