Gems
Rupicapra rupicapra
Gems (Rupicapra rupicapra)
Data lichaamslengte: 110 - 130 cm
schouderhoogte: 70 - 85 cm
gewicht: 20 - 40 kg
Biotoop Zijn meest geliefde biotoop is het hooggebergte, maar als het ware 'een verdieping lager' dan de Steenbok: in de alpenweiden boven de boomgrens en de daaronder gelegen bos. Hij klimt als de beste, maar mijdt de kale rotsgebieden, waar de Steenbok hem de baas is. . Gemzen leven 's zomers op de hoge alpenweiden en in de buurt van de boomgrens. 's Winters kan men ze ook zien op lager gelegen bergweiden.
Voedsel Gemzen eten gras, kruiden, takken van bomen en struiken. De winter vormt voor hen een zware periode. De voortbeweging vergt veel krachten, evenals het wegkrabben van de sneeuw bij het zoeken naar voedsel. Veel dieren sterven in die tijd van uitputting. Slachtoffers zijn vooral de jonge dieren en de door inspanningen van de bronstijd verzwakte bokken. De verliezen in dit jaargetijde door sneeuwval, lawines zijn ook niet te onderschatten.
Territorium De geiten sluiten zich met hun jongen al snel na de geboorte in juni tot de roedels aaneen. Voor de bronstijd vormen anders solitair levende bokken dikwijls aparte roebels, die zich in de bronstijd opnieuw met de roedels van geiten, jongen en jaarlingen verenigen. Roedels van meer dan 100 dieren zijn in de herfst en winter niet zeldzaam. Wanneer een bok indruk wil maken op een rivaal, zet hij de haren midden op de rug overeind.
Voortplanting Gemzen paren in november-december. De draagtijd varieert van 150 tot 170 dagen. De geit brengt dan meestal eind mei-juni één jong - zelden twee - ter wereld. Jongen gemzen zijn al direct na de geboorte bijzonder actief. Tegen de winter moeten ze sterk genoeg zijn om deze moeilijke periode te kunnen doorstaan.
Kenmerken Bokken zijn altijd iets groter dan geiten en bezitten dikkere hoorns. 's Zomers is de vacht kort en lichtbruin met een duidelijke aalstreep, 's winters lang en zwartbruin. De gems heeft een geitachtig uiterlijk, met een opvallende, zwart-witte tekening aan de kop. Beide geslachten dragen kleine, dunne hoorns, waarvan de punten haak haakvormig achterwaarts en naar omlaag zijn gebogen.
Aantallen De gems komt in Midden-Europa vooral in de Alpen voor, maar is met behulp van de mens ook in enkele middengebergten (Scharzwald, Vogezen) inheems geworden. Net als de Steenbok loopt de gems in de Alpen op het ogenblik geen gevaar om uit te sterven.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net