Gewone Zeehond Phoca vitulina |
|
 |
|
| Data |
lengte: 175 - 200 cm
gewicht: 50 - 150 kg |
|
| Biotoop |
Gewone zeehonden komen vooral op en rond zandbanken aan beschutte
(wadden)kusten voor, maar je ziet ze ook op met wieren bedekte rotsen bij
dieper water. Een enkele keer in riviermondingen en zelfs op binnenwateren. |
|
| Voedsel |
Vis vormt het hoofdvoedsel, met name platvis en andere bodemvissen.
Jonge dieren eten ook garnalen en weekdieren. |
|
| Voortplanting |
Gewone zeehonden paren in de herfst in zee. Een wijfje brengt
één jong voort, dat meestal in juni of juli op een zandbank
of rotseiland wordt geboren. Het jong kan vrijwel vanaf de geboorte zwemmen.
Het wordt een maand of langer in het water of op het land gezoogd. |
|
| Gedrag |
Hoewel gewone zeehonden geregeld in groepen van enkele tientallen
en soms zelfs van meer dan honderd op zandbanken liggen te zonnen, zijn
het toch geen sociaal levende dieren. Ze zijn niet, zoals de grijze zeehond,
in kudden georganiseerd. Ook maken ze niet zo veel lawaai als deze soort,
zelfs niet in de paartijd. Vaak rusten ze bij eb urenlang op vaste plaatsen,
die bij vloed onderlopen. Gewoonlijk liggen ze dicht bij het water, zodat
ze bij onraad onmiddellijk in het water kunnen duiken. Bij het zonnebaden
houden ze het lichaam meestal gebogen, met de achterste vinpoten en de kleine,
ronde kop omhoog. |
|
| Kenmerken |
Een natte zeehond ziet er sierlijk uit en lijkt bijna zwart.
Op het land beweegt hij zich onbeholpen voort, waarbij hij de voorste vinpoten
nauwelijks en de achterste in het geheel niet gebruikt. De voorpoot is een
vinpoot met 5 lange, zwarte nagels, die in het water als stabilisator dienst
doet. Hun gezichtsvermogen is zowel op het land als onder water uitstekend,
zodat ze nauwelijks zijn te benaderen. De kleur is variabel, maar ze vertonen
alle een donkere vlekkentekening. Als ze droog zijn, zien ze er van ver
licht uit. Men onderscheidt hem van de grijze zeehond aan de stompe snuit
en de V-vormige stand van de neusgaten. |
|
| Aantallen |
Het aantal gewone zeehonden in de Westeuropese kustwateren is
in de afgelopen dertig jaar sterk gedaald. Omstreeks 1950 waren er in de
Waddenzee nog 3000 exemplaren en in de Zeeuwse wateren meer dan 1000. Deze
laatste zijn nu vrijwel verdwenen en in de Waddenzee zijn er nog hooguit
500. Deze achteruitgang is veroorzaakt door vergiftiging van het zeewater
en verder door verstoring en vernietiging van hun biotoop. |
|
|
|
|
 |
 |