Grijze Zeehond Halichoerus grypus |
|
 |
|
| Data |
lengte stier: 250 - 300 cm
lengte koe: 190 - 230 cm
gewicht: tot 250 kg
leeftijd: tot 35 jaar |
|
| Biotoop |
Voorkeur voor rotskusten. |
|
| Voedsel |
Een volwassen grijze zeehond of 'kegelrob' verorbert gemiddeld
10 kg vis per dag, maar hij gaat niet elke dag op visvangst. Ze eten grotere
vissen dan de gewone zeehond: ze vangen o.a. kabeljauw, wijting en zalm.
Daarbij vernielen ze soms visnetten. |
|
| Voortplanting |
In de voortplantingstijd zoeken grijze zeehonden soms bij
honderden de kust op. In Engeland is dit van september tot december, maar
in de Oostzee is dit in voorjaar. In de paartijd vormen de stieren territoria,
waarin ze met harems van soms tien of meer koeien leven. Waar grijze zeehonden
voor de geboorte van hun jongen de kust opzoeken, vormen zich ondiepe modderkuilen
waarin de dieren zich graag wentelen. Deze kuilen kunnen ware infectiehaarden
vormen. De koeien komen na de stieren aan land en brengen dan eerst het
jong van de vorige paartijd ter wereld. Kort daarop worden ze opnieuw bevrucht. |
|
| Gedrag |
Bij mooi weer verzamelen grijze zeehonden zich soms in grote
aantallen op de rotsen om te zonnebaden. Jarenlang gebruiken de robben dezelfde
geïsoleerde rotsen of kiezelstranden. Buiten deze periode brengen de
dieren de meeste tijd in volle zee door, soms weken achtereen; slechts af
en toe zonnen ze dan op een rotspunt. Alleen in de ruitijd blijven ze langer
achtereen boven vloedniveau op rotsen bivakkeren. Grijze zeehonden zijn
zeer luidruchtig en blaffen, sissen en steunen. |
|
| Kenmerken |
Bij een droge stier is de pels grijs of bruingrijs, met donkere
vlekken. Als hij nat is, lijkt hij zwart. De kop is lang, kegelvormig en
spits. De stier heeft een zwaar lichaam, met dikke vetrollen aan hals en
nek. De koe is lichter van kleur dan de stier, met name wanneer haar pels
droog is. Ook is ze half zo zwaar. Bovendien is haar snuit korter en hals
dunner. |
|
| Aantallen |
De grijze zeehond komt aan beide zijden van de Atlantische
Oceaan voor. In Europa vindt men hem hoofdzakelijk aan de Engelse kust,
de Noorse kust en in de Oostzee. Een enkele maal vertoont zich een zwervend
exemplaar aan onze kust - meestal betreft het jonge mannetjes. |
|
|
|
|
 |
 |