Grote Hoefijzerneus
Rhinolophus ferrumequinum
Grote Hoefijzerneus (Rhinolophus ferrumequinum)
Data lengte: 5,8 - 7 cm
spanwijdte: 33 - 40 cm
gewicht: 17 - 34 gr
Frequenties Vast, tussen 80-85 kHz

Hoefijzerneuzen zenden voor hun sonarsysteem een vrij constante frequentie uit, uitgezonderd een klein stukje aan begin en eind van elke puls. Hun gehoor is afgesteld op een bepaalde frequentie. Het geluid dat uitgezonden wordt is niet noodzakelijk hetzelfde als hetgeen ontvangen wordt. Het dopplereffect zorgt er voor dat geluid dat teruggekaatst wordt op een wegvliegende prooi lager klinkt als het terugkomt. De echo klinkt hoger als het geluid terugkaatst op iets dat naar de vleermuis toekomt. Om nu constant dezelfde toonhoogte terug te krijgen zal een hoefijzerneus zijn uitgezonden frequentie aanpassen. Dit verklaart het 'zingende' effect in het geluidsfragment.
Biotoop De grote hoefijzerneus jaagt in bossen en boven (ruige) weilanden, met 2 à 3 rustpauzes per nacht. Hij is algemener in warme gebieden. Zomerkolonies zijn er in gebouwen (noorden) of in grotten (zuiden). Hij overwintert - soms in groepjes - in ruime, vochtige plaatsen, zoals oude groeven, (kunst)grotten en kelders, waar ze niet worden verstoord en waar het niet kouder wordt dan 7 graden Celcius.
Voedsel Ze jagen 's nachts, heel langzaam vliegend, vaak dicht tegen de grond. Soms passen ze de 'vliegenvanger-techniek' toe door vanaf een hangplaats prooien op te sporen en die dan te vangen. Een voedselrijke plek zoeken ze zorgvuldig af, alvorens verder te vliegen.
Voortplanting De paring vindt in herfst en winter plaats, maar de bevruchting pas in de lente. De meeste jongen worden in juli geboren. Het wijfje brengt vanaf haar derde jaar jaarlijks 1 jong voort, dat na 3 weken vliegt. Het wijfje heeft in de liezen speciale tepels, schijntepels die geen melk geven, om het jong aan te vervoeren.
Gedrag Ze leven in groepen tot 200 dieren per kraamkolonie. In de zomer vaak solitair of in kleine groepjes. Deze vleermuis kan niet kruipen. Hij vliegt direct naar de rustplaats en grijpt zich met zijn tenen aan het ruwe oppervlak vast.
Kenmerken Dit is de grootste Europese hoefijzerneus. Alle soorten hangen vrij aan het plafond aan de achterpoten in de vleugels gewikkeld. De grote hoefijzerneus kan aan het neusaanhangesl onderscheiden worden van de andere soorten maar is meestal onmiskenbaar door de grootte. Karakteristiek zijn de brede, afgeronde vleugels. Het mannetje is kleiner dan het wijfje. Ze kunnen tot 30 jaar oud worden en zijn daarmee de tot nu toe oudst bekende Europese vleermuizensoort.
Aantallen Vroeger was de grote hoefijzerneus in West- en Midden Europa talrijker en had hij ook kraamkamers in de Zuid-Limburgse St.Pietersberg en in grotten in de Ardennen. Sinds 1974 is hij in de Benelux erg zeldzaam en populaties enkel nog in Wallonië te vinden. Net als andere vleermuizen heeft de soort ernstig geleden van de sterke vermindering van het aantal plaatsen waar insecten nog talrijk zijn - zoals heggen, poelen en ruig grasland. Ook gingen vele te gronde aan het eten van insecten die vol zaten met insecticiden. Daarbij komt, dat de hoefijzerneuzen in onze streken de noordgrens van hun verspreidingsgebied bereiken. Eigenlijk geven ze dus de voorkeur aan een warmer klimaat. Na een aantal koude of natte zomers is het resultaat van de voortplanting gering.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net